Plan:
Stadsdeel Noord-West
Status:
geheel in werking
Gemeente:
Apeldoorn
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
II Zienswijzen

Overzicht ingediende zienswijzen

1 t/m 52 [........]

Er zijn veel zienswijzen ingediend die betrekking hebben op eenzelfde onderwerp. Deze onderwerpen worden hierna thematisch aan de orde gesteld en betreffen: de Seringenlaan 21, het sportveld aan de Felualaan, de reconstructie van de Schuttersweg en de bestemming bos- en parkstroken op particuliere gronden.

THEMATISCHE BEHANDELING

A. Seringenlaan 21

Inhoud van de zienswijze

De bestemming maatschappelijke doeleinden is te ruim, onlogisch, een planologische verslechtering en tast de kwaliteit van het resterende bos aan. Het terrein wordt bovendien in strijd met de bestemming gebruikt.

Om recht te doen aan de beschreven uitgangspunten van het wonen in het groen dient dit perceel de bestemming bos- en parkstrook te krijgen overeenkomstig de Cultuur Historische Analyse. Het huidige gebruik wordt in 2007 opgeheven. Het gebouw wordt overcompleet en het ligt dan voor de hand dat dit gebouw wordt afgebroken.

De ondergrondse commandopost is al jaren buiten gebruik en onbruikbaar.

Beoordeling

Volgens de voorschriften behorende bij de bestemming maatschappelijke doeleinden zijn toegestaan: onderwijsdoeleinden, opvoeding, religie, verenigingsleven, maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg, cultuur, congressen, evenementen, sport en recreatie. Met deze omschrijving, waarbij geen onderscheid is gemaakt naar type van maatschappelijke voorziening, is een flexibel gebruik mogelijk. Voor een eventuele wijziging in het gebruik hoeft dan geen gebruiksvrijstelling of een bestemmingsplanherziening plaats te vinden.

Gelet op de beperkte omvang van het gebouw en het feit dat er geen uitbreidingsmogelijkheden zijn, is het niet aannemelijk dat er overlast kan ontstaan. In theorie is dit echter op basis van het bestemmingsplan wel mogelijk. Omdat het gebouw grenst aan particuliere kavels is een specifieke maatbestemming niet onlogisch.

In deze zienswijzennota is daarom voorgesteld om aan de zienswijzen tegemoet te komen door de aanduiding "onderwijs en kantoor" op te nemen en in de voorschriften te bepalen dat ter plaatse van de aanduiding "onderwijs en kantoor" uitsluitend is toegestaan onderwijs en kantoor. Deze aanduiding komt overeen met het gebruik zoals dat de laatste jaren heeft plaatsgevonden.

Tijdens de behandeling in de Politieke Markt is ingebracht dat de onderwijsfunctie geen recht doet aan de doelstellingen van het bestemmingsplan. Juridisch gezien kunnen er ondanks de hiervoor genoemde "maatbestemming" meer mogelijkheden ontstaan. Door velen wordt dit gelet op de directe ligging van het gebouw tussen de woonkavels als zeer onwenselijk ervaren en daarom wordt een verdere begrenzing van de functie noodzakelijk geacht.

Wij kunnen om deze vrees te voorkomen hierin meegaan en stellen voor om het perceel tot kantoordoeleinden te bestemmen.

Illegale situatie.

In 1955 en 1962 zijn bouwvergunningen verleend voor de commandopost civiele verdediging. Het gebruik door de hulpverleningsdiensten en het geven van cursussen is niet in strijd met de verleende bouwvergunningen. Van een illegale situatie kan dus geen sprake zijn.

Toekomstig gebruik.

Het gebouw aan de Seringenlaan is eigendom van de gemeente Apeldoorn en in erfpacht uitgegeven aan de regionale brandweer.

De vraag of het gebouw na beŽindiging van het gebruik wordt afgebroken of zal worden vervreemd, is niet aan de orde bij de behandeling van dit bestemmingsplan.

De op de bestemmingsplankaart aangegeven bos- en parkstrook is de situatie zoals die feitelijk is, dit in tegenstelling tot de kaart behorende bij de Cultuurhistorische Analyse.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt tegemoet gekomen door op de plankaart voor de Seringenlaan 21 de bestemming maatschappelijke doeleinden te wijzigen in kantoordoeleinden.

B. Sportveld Felualaan

Inhoud van de zienswijze

De bestemming is te ruim. Het bestemmingsplan staat toe dat karakteristiek groen wordt gebruikt voor evenementen en parkeren in brede zin dus niet alleen ten dienste van de sport en recreatie.

Deze bestemming verstoort de rust, het boskarakter en de natuur.

De bestemming is bovendien in strijd met het gemeentelijk structuurplan waarin het perceel is aangewezen als parkzone.

Geluidsonderzoek, luchtkwaliteitsonderzoek alsmede onderzoek naar de waterhuishouding is achterwege gebleven.

Beoordeling

De sportvelden worden afgescheiden door waardevol groen dat is bestemd tot bos- en parkstrook. Langs de Burgemeester Roosmale Nepveulaan en de Zwarte Kijkerweg is deze strook ca. 10 meter breed en bij de Callunalaan 20 meter.

Tussen de sportvelden en de tennisbanen bevindt zich eveneens een groenstrook. Voor een deel is in deze groenstrook de uitbreiding van de tennisvereniging Daisy met 1 tennisbaan gepland. Bij de uitbreiding van de tennisbaan zal hier boscompensatie moeten plaatsvinden. De overige gronden zijn voor het bewegingsonderwijs in gebruik bij het Veluws College en zijn overeenkomstig het geldende bestemmingsplan bestemd tot sportterrein.

Het bestemmingsplan maakt het overigens niet mogelijk dat er gebouwen kunnen worden opgericht.

Parkeren/evenementen.

De bestemmingsomschrijving staat parkeervoorzieningen en evenementen toe. In de voorschriften is geen koppeling gelegd met de sport- en recreatiefunctie. Op grond van het bestemmingsplan zou het juridisch mogelijk zijn dat het sportterrein gebruikt gaat worden voor de parkeerbehoefte van andere functies. Ook kunnen er evenementen worden gehouden die geen relatie hebben met de sportbestemming. In de zienswijzennota van 19 juni 2006 is voorgesteld om het gebruik als evenement en parkeren te relateren aan de sport- en recreatiefunctie.

Bij nadere beschouwing is ons gebleken dat het bestemmingsplan de mogelijkheid open houdt voor parkeren en evenementen die geen verband houden met de ter plaatse geldende sport- en recreatiefunctie.

Hieraan kan worden tegemoet gekomen door in de voorschriften op te nemen dat deze functie gekoppeld moet zijn aan de bestemming op dit perceel.

Gemeentelijk structuurplan

In het gemeentelijk structuurplan “Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Apeldoorn 2020” wordt in hoofdlijn de visie aangegeven voor het ruimtelijk kader in Apeldoorn in 2020.

In deze visie staat aangegeven dat groei niet mag leiden dat overal in Apeldoorn compact wordt gebouwd ten koste van het aanwezige groen.

Het bedoelde sportterrein is in het structuurplan aangewezen als “parkzone”. Hiermee wordt het aanwezige groen aangegeven dat niet in aanmerking komt voor bebouwing.

In dit verband wordt verwezen naar de begraafplaats aan de Soerenseweg die in het structuurplan ook is aangeduid als parkzone.

De bestemming sport en recreatie is derhalve niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

Conclusie

Aan deze zienswijze wordt tegemoet gekomen door in de voorschriften op te nemen: “parkeervoorzieningen en evenementen uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatieop dit perceel".

C. Reconstructie Schuttersweg

Inhoud van de zienswijze

Bezwaar wordt gemaakt tegen de versmalling van de weg en de aanleg van een ventweg. Het verkeer komt dichter naar de woningen hetgeen leidt tot toename van geluidshinder. De beperkte breedte van de weg zorgt voor verkeersonveiligheid.

De parkeerplaatsen tussen de bomen komen te vervallen.

Bezwaar wordt gemaakt tegen de wijziging van de huidige bestemming "openbaar groen of plantsoen" naar "grasberm". De nieuwe bestemming staat parkeren toe hetgeen niet wenselijk is.

Beoordeling

De wegen die geen onderdeel uitmaken van de hoofdontsluiting in Apeldoorn, worden in het bestemmingsplan bestemd tot Verblijfsgebied.

Op gronden met deze bestemming zijn mogelijk wegen, fiets- en voetpaden, groenstrook en berm.

Uitgangspunt bij deze wijze van bestemmen is dat de exacte plaats van deze onderdelen van het openbaar gebied niet in het bestemmingsplan wordt vastgelegd zodat uitwisseling mogelijk is.

Op dit algemene uitgangspunt wordt een uitzondering gemaakt indien de wegen een specifiek cultuurhistorische en of stedenbouwkundige betekenis hebben en bescherming behoeven.

Uit de cultuurhistorische waarderingskaart blijkt dat de Schuttersweg gekwalificeerd wordt als waardevolle openbare ruimte voorzien van grind- en grasbermen.

De gemeenteraad heeft bij de kaderstelling uitgesproken dat bij waardevolle openbare ruimte het bestemmingsplan bescherming moet bieden.

Naar aanleiding van de conclusies uit de Cultuurhistorische Analyse hebben de gras- en grindbermen o.a. aan de Schuttersweg op de plankaart een specifieke aanduiding gekregen.

In het bestemmingsplan is een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen die voorziet in de mogelijkheid om af te kunnen wijken van de specifieke aanduiding op de plankaart. Toepassing van deze vrijstellingsbepaling is mogelijk mits dit uit het oogpunt van verkeersveiligheid noodzakelijk is en de continuÔteit van de wegprofielen zoveel mogelijk gehandhaafd blijft.

Voor het toepassen van deze vrijstellingsmogelijkheid bestaan procedureregels die met rechtswaarborgen zijn omgeven.

Er wordt in de zienswijze op gewezen dat in het voorliggende bestemmingsplan het parkeren in de grasberm mogelijk wordt gemaakt terwijl dat op grond van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk is.

Deze constatering is juist.

Het voorliggende bestemmingsplan staat de functie parkeren binnen de bestemming verblijfsgebied, ook op grind- en grasbermen toe. De achterliggende gedachte hierbij is dat het bestemmingsplan niet het geschikte instrument is om het parkeerbeleid te regelen. Na indiening van de zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan heeft met alle betrokkenen (bewoners, ondernemers, wijkraad) overleg plaatsgevonden en zijn alle bezwaren en opmerkingen over de herinrichting geÔnventariseerd. Dit overleg heeft er toe geleid dat deze opmerkingen zijn verwerkt in een breed geaccepteerd inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Dit inrichtingsplan is in overeenstemming met zowel het geldende als het ontwerpbestemmingsplan. De conclusie is dus dat feitelijk aan de ingediende zienswijzen wordt tegemoet gekomen maar dit leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Conclusie

Aan de zienswijzen wordt niet tegemoet tegekomen.

D. Bestemming bos- en parkstroken

Inhoud van de zienswijze

Het wordt niet juist geacht dat een publieke bestemming van bos- en parkstrook op private gronden wordt gelegd. Deze bestemming tast de gebruiksmogelijkheden aan

Beoordeling

In de toelichting op het bestemmingsplan wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van de karakteristieke villawijk Berg en Bos in een naaldhoutbos. Er heeft een uitgebreide inventarisatie plaatsgevonden waarbij gekeken is naar de aanwezigheid van hoog opgaande bomen, de aanwezigheid van structuren en de visuele en ruimtelijke verbinding van het groen. Daarbij is de eigendomssituatie niet bepalend. Alle waardevolle groenstructuren, houtwallen en aaneengesloten bosgebieden zijn bestemd tot bos- en parkstrook.

Het is nu eenmaal onvermijdelijk dat uit deze bestemming beperkingen voortvloeien.

Conclusie

Aan de zienswijzen wordt niet tegemoet gekomen

Inhoudsopgave
  1. 1 Brief van [........], d.d. 17 december 2005
  2. 2 Brief van [........], d.d. 22 december 2005
  3. 3 Brief van [........] en [........], d.d. 2 januari 2006
  4. 4 Brief van [........] en [........], d.d. 3 januari 2006
  5. 5 Brief van [........], d.d. 4 januari 2006
  6. 6 Brief van [........] en [........], d.d. 6 januari 2006
  7. 7 Brief van [........], d.d. 12 januari 2006
  8. 8 Brief van [........], d.d. 8 januari 2006
  9. 9 Brief van [........], d.d. 10 januari 2006
  10. 10 Brief van [........], d.d. 11 januari 2006
  11. 11 Brief van [........], d.d. 10 januari 2006
  12. 12 Brief van [........] en [........], d.d. 14 januari 2006
  13. 13 Brief van [........], d.d. 11 januari 2006
  14. 14 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006
  15. 15 Brief van [........] en [........], d.d. 22 januari 2006
  16. 16 Mondelinge zienswijze van [........], d.d. 23 januari 2006
  17. 17 Brief van [........] en [........], d.d. 13 januari 2006
  18. 18 Brief van [........] en [........], d.d. 17 januari 2006
  19. 19 Brief van [........], d.d. 17 januari 2006
  20. 20 Brief van [........] en [........], d.d. 17 januari 2006
  21. 21 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  22. 22 Brief van [........], d.d. 16 januari 2006
  23. 23 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006
  24. 24 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  25. 25 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006
  26. 26 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006
  27. 27 Brief van [........], d.d. 14 januari 2006
  28. 28 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006
  29. 29 Brief van [........] en [........], d.d. 18 januari 2006
  30. 30 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  31. 31 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  32. 32 Brief van [........], d.d. 9 en 21 januari 2006
  33. 33 Brieven van [........], d.d. 19 en 23 januari 2006
  34. 34 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  35. 35 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  36. 36 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  37. 37 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  38. 38 Brief van [........], d.d. 16 januari 2006
  39. 39 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  40. 40 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  41. 41 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  42. 42 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006
  43. 43 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006
  44. 44 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006
  45. 45 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  46. 46 Brief van [........] en [........], d.d. 20 januari 2006
  47. 47 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006
  48. 48 Brief van [........], d.d. 16 januari 2006
  49. 49 Brief van [........] en [........], d.d. 20 januari 2006
  50. 50 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006
  51. 51 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006
  52. 52 Brief van [........], d.d. 3 februari 2006
1 Brief van [........], d.d. 17 december 2005

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant is het niet eens met de bestemming 'bos en parkstrook' die gegeven is aan de achterzijde van haar perceel Driehoek 33. Hiervoor worden meerdere argumenten aangevoerd:
  1. Door deze bestemming zal het niet meer mogelijk zijn op die locatie een vergunning te verkrijgen voor het oprichten van een garage. Op de locatie die als 'bos en parkstrook' wordt aangewezen is feitelijk geen bos aanwezig en betreft een kale braakliggende tuin.
  2. De eigenaren van omliggende percelen hebben wel toestemming gekregen tot het oprichten van garages aan de achterzijde van hun perceel, terwijl dit grotere garages zijn dan reclamant heeft aangevraagd.
  3. Het motief tot het aanwijzen van een 'bos en parkstrook' is weinig zinvol aangezien er vergunningsvrij wel gebouwd zou mogen worden.

Beoordeling

  1. a. Vastgesteld is dat de aanwezige bomen inderdaad zijn gekapt. Door de gemeente kan niet meer worden beoordeeld of deze bomen kapvergunningsplichtig waren.
    De feitelijke situatie is nu zo dat hier sprake is van een "kale" tuin die de bestemming bos- en parkstrook niet rechtvaardigt.
    b. De bouwvergunningen waarnaar wordt verwezen zijn beoordeeld op basis van het geldende bestemmingsplan. Indien er geen weigeringsgrond is dan moet de bouwvergunning worden verleend. Het nieuwe bestemmingsplan is meer beperkend dan het geldende bestemmingsplan.
    c. Deze mening wordt niet gedeeld. De als bos- en parkstrook bestemde gronden vallen buiten het begrip erf als bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. De bos- en parkstrook bestemming op het perceel van reclamant en het aangrenzende gedeelte wordt vervangen door de erf-aanduiding behorende bij de bestemming woondoeleinden.

2 Brief van [........], d.d. 22 december 2005

Inhoud van de zienswijze

  1. De bestemming die in het bestemmingsplan is opgenomen voor het tuincentrum Gorkink Natuurlijk aan de Asselsestraat 192 biedt te weinig mogelijkheden voor de ontwikkeling van het tuincentrum. Reclamant verzoekt daarom om het aanpassen van het bebouwingsvlak waardoor betere bebouwing langs de Asselsestraat mogelijk wordt en om het aanpassen van de goot- en de nokhoogte voor het voorterrein naar resp. 6 en 13 meter. De bebouwing op het achterterrein zou met een nokhoogte van 5 meter voldoende mogelijkheden bieden.

Beoordeling

  1. De toename van de parkeerbehoefte kan op eigen terrein worden opgevangen.
    Verhoging van de voorgestelde nokhoogte van enkel het achterste bebouwingsvlak is niet bezwaarlijk. De goothoogte dient daarbij wel op 3 meter gehandhaafd te blijven omdat het gebouw op de perceelsgrens staat.
    Het voorste bebouwingsvlak biedt met een goothoogte van 3 en een nokhoogte van 7 meter beduidend minder mogelijkheden dan aangrenzende percelen. De door reclamant voorgestelde goot- en nokhoogte van respectievelijk 6 en 13 meter zijn echter volstrekt onacceptabel. Dit past niet binnen het heersende beeld aan de Asselsestraat. Daarom wordt voorgesteld de hoogte gelijk te stellen aan het aangrenzende perceel. Dat wil zeggen een goothoogte van 4 en een nokhoogte van 8 meter. Om meer mogelijkheden te bieden binnen het bebouwingsvlak wordt voorgesteld om dit bebouwingsvlak te vergroten tot 3 meter van de zijdelingse erfgrens aan de westzijde en de voorgevelrooilijn te verplaatsen in het verlengde van de voorgevelrooilijn van Asselsestraat 190.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

Op de plankaart wordt het bebouwingsvlak vergroot, de goot- en bebouwingshoogte voor de winkel wordt gewijzigd in 4 en 8 meter en de bebouwingshoogte voor de verkoopkas in 5 meter.

3 Brief van [........] en [........], d.d. 2 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de invulling van de bestemming 'sport en recreatieve doeleinden', artikel 3.11, voor zover het betreft lid 1 onder b en d, resp. parkeren en evenementen. De bezwaren hebben betrekking op het sportveld aan de Felualaan:
    a. Het mogelijk maken van parkeren en evenementen druist in tegen de doelstelling van het voorontwerp, waar in vele hoofdstukken wordt aangegeven dat aan het ruime bos en parkachtige karakter een belangrijke waarde wordt toegekend. De bebouwingsmogelijkheden voor bewoners worden beperkt om aan deze doelstelling tegemoet te komen.
    b. Het ontwerpbestemmingsplan laat echter toe, in afwijking van de doelstelling, dat een stuk van het karakteristieke groen gebruikt kan worden voor parkeren en evenementen. c. Het gebruik van het veld voor evenementen zou storend zijn voor de rust in de wijk. Het betekent in plaats van een groen schoolsportveld dat er een veld komt met autoblik, milieuvervuiling, af- en aanrijdend verkeer, evenementen met geluidsoverlast, veel mensen, rommel etc.
    d. Bovenstaande is in de inspraakronde door meerdere insprekers naar voren gebracht. Er is echter geen motivatie gegeven waarom hieraan geen gehoor is gegeven in het ontwerpbestemmingsplan.
  2. Reclamant heeft bezwaar tegen de uitbreidingsmogelijkheden van tennisclub Daisy. Reclamant verzoekt:
    a. Het gebruik van meer lichtmasten niet mogelijk te maken;
    b. In het bestemmingsplan op te nemen dat geen enkele vorm van bebouwing, tijdelijk of permanent, wordt toegestaan om overdekt te kunnen tennissen. Dit zal het aanzicht van de wijk schaden;
    c. In het bestemmingsplan aan te geven dat indien de bosstrook en houtwal worden omgezet in een extra tennisbaan, dit gedeelte te vervangen door andere bomen en struiken van hoogwaardige kwaliteit, die het zicht op de tennisbaan wegnemen.
  3. Reclamant merkt op dat overal in het bestemmingsplan de bestemming bos- en groen dient te worden gehandhaafd, ook op particuliere grond, maar voor de tennisclub is het mogelijk bos en groen te vervangen door een tennisbaan met hoge lichtmasten. Dit is niet evenwichtig, houdt niet voldoende rekening met de belangen van omwonenden en de doelstellingen van het bestemmingsplan.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II B (sportveld Felualaan). Ten aanzien van zienswijze onder 1 sub d, wordt opgemerkt dat in de inspraaknota onder nr. 53 bij het gemeentelijk commentaar is aangegeven dat de parkeervoorzieningen een afgeleide functie is van de sport- en recreatiebestemming. Om interpretatieverschillen uit te sluiten worden de voorschriften aangepast zoals omschreven bij onderdeel II B.
  2. a. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om lichtmasten te plaatsen op de gronden die bestemd zijn tot sport- en recreatieve doeleinden. Tussen gevoelige functies (zoals wonen) en functies die voor hinder kunnen zorgen, wordt een milieuzonering toegepast. De basis voor deze zonering is de brochure bedrijven en milieuzonering van de VNG en geeft een indicatie voor aan te houden hinderafstanden. Voor sportvelden met verlichting geldt een maximale hinderafstand van 50 m ten opzichte van woningen (referentiegebied "rustige woonwijk"). Om te voorkomen dat de lichtmasten dichter op woningen kunnen worden geplaatst, wordt een nadere eisen regeling in de voorschriften opgenomen. Op basis van deze regeling kan voorkomen worden dat lichtmasten voor hinder kunnen zorgen.
    b. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om een overdekte tennishal te bouwen.
    c. De beoogde uitbreiding van de tennisbaan is voor een deel in de bos- en parkstrook aangegeven. Er is besloten om aan deze uitbreiding medewerking te verlenen omdat deze situering het beste aansluit bij de bestaande tennisbanen. Voor de aanleg van de tennisbaan behoeft de tennisvereniging een kapvergunning. Aan de kapvergunning zal het voorschrift van een herplantplicht worden verbonden.
  3. De tennisvereniging vervult een belangrijke functie voor de wijk. Uitgangspunt voor de uitbreiding is dat het bestaande groen zoveel mogelijk wordt gehandhaafd. Voor het gedeelte dat moet worden gekapt, zal een herplantplicht worden opgelegd. Daarnaast zal de gehele tennisbaan door een strook groen worden ingepast.
    Omdat de tennisvereniging een belangrijke functie heeft voor de wijk en de aanwezige bosstrook gecompenseerd gaat worden, wordt de uitbreiding acceptabel geacht.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. In de voorschriften wordt in artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) achter parkeervoorzieningen (lid 1b) en evenementen (lid 1d) toegevoegd: “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatieop dit perceel”;
  2. Artikel 3.11 lid 4 wordt vervangen door: "Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van lichtmasten ter voorkoming van lichthinder".

4 Brief van [........] en [........], d.d. 3 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

Reclamant is eigenaar van het perceel Jachtlaan 84.

  1. Het bouwblok heeft de aanduiding Wv, waar een vrijstaande woning is toegestaan. In de koopakte van reclamant uit 1973 is opgenomen dat er een dubbel woonhuis met stallen en bijgebouwen geplaatst mag worden. Het bouwblok is op de plankaart te klein om een dubbele woning te kunnen realiseren waardoor de gebruiksmogelijkheden van het perceel beperkt worden, wat tot waardevermindering leidt.
  2. De aanwezige garage dient ook als bouwblok aangegeven te worden.
  3. Het verplaatsen van de garage richting de noord-westzijde van het perceel is in het bestemmingsplan niet mogelijk, ook dit leidt tot waardevermindering.
  4. Het verwijderen van de aanwezige coniferen, bestemd tot 'bos en parkstrook', en het daarvoor in de plaats plaatsen van een schutting of een dunne haag te plaatsen, moet mogelijk blijven. Dit kan tevens een mogelijkheid creŽren voor een oprit naar een nieuw te situeren garage.
  5. De geprojecteerde bos- en parkstrook is te groot en te beperkend. Reclamant verzoekt deze strook uit het bestemmingsplan te verwijderen.

Beoordeling

  1. In het geldende bestemmingsplan is een bouwmogelijkheid voor een dubbele woning opgenomen. In het nieuwe bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West is uitsluitend een vrijstaande woning toegestaan overeenkomstig de huidige situatie.
    Voor het realiseren van een dubbele woning zou het bouwvlak moeten worden verbreed. Een vergroting van het bouwvlak leidt tot een verslechtering van de stedenbouwkundige kwaliteit en is in strijd is met de uitgangspunten van het bestemmingsplan.
    Het getekende bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan is 12 meter breed en 15 meter diep. Binnen dit bouwvlak zijn voldoende uitbreidingsmogelijkheden mogelijk. Daarnaast heeft reclamant de mogelijkheid om binnen de als erf aangeduide gronden een aan/uitbouw of bijgebouw (garage) te realiseren. Er is dus gegeven de uitbreidingsmogelijkheden geen aanleiding om het bouwvlak te vergroten.
    Reclamant heeft bij brief van 13 juni 2006 onder meer gewezen op de omvang van het bouwvlak.
    Het bouwvlak heeft zoals reclamant terecht opmerkt, niet de omvang zoals hiervoor staat aangegeven en wordt dus aangepast conform het geldend beleid. Dit geldt ook voor de woning Jachtlaan 82.
  2. De aanwezige garage staat op de als erf aangeduide gronden en is niet wegbestemd. Het feit dat de garage niet op de plankaart staat getekend, is niet van betekenis voor de juridische regeling op het perceel.
  3. zie hierna onder 4.
  4. Het verwijderen van coniferen binnen de bestemming bos- en parkstrook is zonder kapvergunning toegestaan. Tevens mag een schutting of een haag worden geplaatst. Het realiseren van gebouwen op gronden met de bestemming bos- en parkstrook is niet mogelijk.
  5. De in de achtertuin aanwezige bomen maken deel uit van een grotere groenstructuur zoals dat is aangegeven op de plankaart . Deze kwaliteiten rechtvaardigen de bestemming bos- en parkstrook.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:
De plankaart wordt voor de woningen Jachtlaan 82 en 84 gewijzigd waarbij het bouwvlak wordt getekend op 15 meter.

5 Brief van [........], d.d. 4 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de beperkte bebouwingsmogelijkheden die in het bestemmingsplan voor zijn perceel zijn opgenomen.
  1. Door de achterste bebouwingsgrens gelijk te leggen aan de bestaande bebouwing, is er geen mogelijkheid meer om de woning aan de achterzijde uit te breiden, omdat dan het maximale bebouwingsoppervlak op het achtererf overschreden zal worden.
  2. Reclamant wil in de toekomst de begane grond kunnen uitbreiden voor het realiseren van functies als slaap- en badruimte om de woning geschikt te houden voor bewoning op gevorderde leeftijd.
  3. Reclamant geeft aan dat een bebouwingsdiepte van 15 meter mogelijk moet zijn.
  4. Het beperken van de uitbreidingsmogelijkheid levert een waardevermindering op.
  5. Reclamant wil kunnen uitbreiden zonder afhankelijk te zijn van vrijstelling- of bestemmingsplanprocedures.
  6. De achterste bebouwingsgrens is slechts voor een aantal woningen beperkt, namelijk voor nummer 31,31-2,37,37-2,43 en 43-2. Voor de identieke woningen op nummer 55 en 57 is deze achterste bebouwingsgrens niet beperkt.
  7. Percelen waar geen uitbreidingsmogelijkheden zijn vanwege het bereiken van het maximale bebouwingspercentage van 60%, krijgen in het bestemmingsplan wel ruimere uitbreidingsmogelijkheden, die men dus niet kan benutten. De grotere percelen, die nog wel ruimte hebben, krijgen deze ruimere uitbreidingsmogelijkheden niet. Dit is een "rammelende" situatie.

Beoordeling

  1. Overeenkomstig de uitgangspunten van het bestemmingsplan bedraagt de bebouwingsdiepte voor een dubbele woning 12 meter.
    Reclamant heeft de mogelijkheid om op de bestaande uitbouw de woning te vergroten. Aan de achterzijde van de woning heeft reclamant op de begane grond geen uitbreidingsmogelijkheden meer. De gevraagde vergroting van het bouwvlak naar 15 meter, heeft tot consequentie dat het woongenot van de gebruiker van de naastgelegen aangebouwde woning zal worden aangetast.
  2. De mogelijkheden om de woning door middel van een uitbouw voor een slaap- en badkamer te vergroten, worden beperkt door de bestaande oppervlakte van ca 45 m≤ aan bijgebouwen. Voor kavels vanaf 500 m≤ zijn er ruimere mogelijkheden maar hier is dat niet van toepassing.
  3. Om redenen zoal onder a is aangegeven kan aan de zienswijze niet worden tegemoet gekomen.
  4. Indien reclamant van oordeel is dat hij ten gevolge van de bepalingen van dit bestemmingsplan schade leidt, dan kan op basis van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een verzoek om schade worden ingediend. Het verzoek kan worden ingediend nadat het bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West onherroepelijk is geworden.
  5. Onder verwijzing naar de beoordeling onder a wordt geen medewerking verleend aan de vergroting van het bouwblok. Omdat reclamant de mogelijkheden voor de bijgebouwen van 50 m≤ nagenoeg heeft benut is nog maar een geringe uitbreiding van de woning via vrijstelling mogelijk. Deze vrijstellingsbepaling voorziet in een afwijking van niet meer dan 10 % van de voorgeschreven maten, oppervlakte en afstanden. De vraag of een vrijstelling verleend kan worden, kan pas beantwoord worden aan de hand van een concreet bouwplan en nadat de vrijstellingsprocedure is gevolgd.
  6. Alle door reclamant genoemde dubbele woningen zijn in de bebouwingsdiepte tot 12 meter beperkt overeenkomstig het gemeentelijk beleid. Het bouwvlak van een dubbele woning aan de Bosweg 55 en 57 is echter ten onrechte op 15 meter gelegd. Handhaving van deze diepte van de bouwstrook kan leiden tot een onaanvaardbare situatie. Daarom wordt deze bouwstrook overeenkomstig het gemeentelijk beleid terug gebracht naar 12 meter. De eigenaren van deze woningen zullen van deze wijziging op de hoogte worden gesteld.
  7. In alle situaties geldt dat niet meer dan 60% van de kavel mag worden bebouwd. Eventueel kan met de aangehaalde vrijstellingsbepaling onder e hiervan worden afgeweken.

Conclusie

Aan de zienswijze om het bouwvlak naar 15 meter te vergroten, wordt niet tegemoet gekomen.

6 Brief van [........] en [........], d.d. 6 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen het toekennen van de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' aan het perceel Seringenlaan 21. Om recht te doen aan de beschreven uitgangspunten in het bestemmingsplan dient dit gebied de bestemming 'bos en parkstrook' te krijgen.
    a. Vanaf 1955 is het gebied misbruikt voor doeleinden die niets met de villawijk Berg en Bos te maken hebben en die op een bedrijventerrein thuishoren. De functies veroorzaken overlast en onrust voor de buurt, schaden het karakter van 'wonen in het bos' en tasten de natuur aan voor de bewoners van de wijk en voor de vele sporters en wandelaars.
    b. Het huidige gebruik van het gebouw Seringenlaan 21 wordt in 2007 opgeheven (kantoor en uitgebreid parkeren). Bij herstel van het bos zonder bedrijvigheid is dit gebouw overcompleet. Het ligt voor de hand dat het gebouw wordt afgebroken.
    c. De ondergrondse commandopost is al jaren buiten gebruik en onbruikbaar in de huidige staat. Deze heeft geen duidelijke bestemming en vormt geen belemmering op voor de toekenning van de bestemming 'bos en parkstrook'.
  2. Reclamant maakt zich zorgen over de mogelijkheid van evenementen en parkeren op het lyceum-sportveld aan de Roosmale Nepveulaan.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II onder A.
  2. Verwezen wordt naar onderdeel II onder B.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt (gedeeltelijk) tegemoet gekomen door:

1. De bestemming Maatschappelijke Doeleinden te wijzigen in Kantoordoeleinden;

2. In artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) wordt in lid 1 achter

parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd:
“uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel”.

7 Brief van [........], d.d. 12 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingediend namens [........] en heeft betrekking op het perceel Soerenseweg 113.

  1. Reclamant heeft reeds in de inspraakronde aangegeven de maximale hoogte te willen verhogen van 4 naar 6 meter. Hieraan is in het ontwerpbestemmingsplan geen gehoor gegeven. Reclamant is het niet eens met de beantwoording van de inspraakreactie.
  1. In de nabijheid staan inderdaad bungalows van 1 bouwlaag, maar nagenoeg alle hebben in het bestemmingsplan de mogelijkheid om de hoogte naar 6 meter te wijzigen.
  2. Een en ander kan juist nu in het nieuwe bestemmingsplan vastgelegd worden in plaats van het vooruit te schuiven middels de mogelijkheid later een vrijstellingsprocedure te voeren.
  3. Uitspraken met betrekking tot architectuur en cultuurhistorie inzake deze woning kunnen ook tijdens de aanpassing van het bestemmingsplan gedaan worden.
  4. De CRK dient een aangepast plan te beoordelen, daarom kan aan een tweede bouwlaag medewerking worden verleend.
  5. De reactie inzake het verloren gaan van de oorspronkelijke karakteristiek en samenhang wordt door reclamant niet gedeeld, omdat dit door de CRK beoordeeld dient te worden.
  6. Door niet aan het verzoek tegemoet te komen ontstaat rechtsongelijkheid.
    Reclamant verzoekt alsnog om medewerking te verlenen aan het gedane verzoek middels het bestemmingsplan aan te passen naar een hoogte van 6 meter.

Beoordeling

  1. In de buurt overheersen de woningen in 1 bouwlaag. De hoogte van deze woningen is eveneens begrensd waardoor zonder vrijstelling een tweede bouwlaag niet mogelijk is.
  2. De betreffende woning maakt onderdeel uit van de zogenaamde Philipswoningen. Deze woningen kenmerken zich door een zakelijke stijl en onderlinge samenhang. Het bij recht toekennen van een tweede bouwlaag voor alle woningen kan de oorspronkelijke karakteristiek teniet doen.
  3. Hiervoor is aangegeven dat het toekennen van een tweede bouwlaag voor alle woningen een bedreiging en aantasting vormt voor de stedenbouwkundige kwaliteit. Daarom is er voor gekozen om specifiek voor deze woningen een vrijstellingsmogelijkheid op te nemen voor een tweede bouwlaag. Dit betekent dat per bouwplan een beoordeling plaatsvindt. In de vrijstellingsbepaling is een maximale hoogte opgenomen van 6 meter. Omdat deze hoogtemaat gelet op de eisen van het Bouwbesluit knellend kunnen werken, wordt voorgesteld deze hoogte op 7 meter te bepalen.
  4. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet adviseren binnen de kaders van het vastgestelde bestemmingsplan. Het bij recht toekennen van een tweede bouwlaag kan niet door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit ongedaan worden gemaakt.
  5. Zie hiervoor onder d.
  6. Er is gekozen voor een gelijke regeling. Alleen die woningen die reeds gebruik hebben gemaakt van de geldende bouwmogelijkheden, hebben een aangepaste hoogte gekregen.

In de inspraaknota (bijlage 5 toelichting op het bestemmingsplan) is onder nummer 33 ingegaan op de inspraakreactie van de heer Palm. De conclusie van de inspraakreactie was dat aan het verzoek om een tweede bouwlaag niet wordt tegemoet gekomen. Per abuis is echter een verkeerde hoogte op de plankaart aangegeven. Deze omissie wordt in de ambtshalve wijzigingen ambtshalve hersteld.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen door de hoogtemaat in de vrijstellingsbepaling in artikel 3.2. lid 6 onder b te wijzigen van 6 meter in 7 meter.

8 Brief van [........], d.d. 8 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. De wijk Walterbos heeft nu een karakteristiek aanzien door de jaren '30 woningen. Door het mogelijk maken van grote aanbouwen en verharding in de tuin wordt deze karakteristiek aangetast.
  2. Door het mogelijk maken van het oprichten van een muur op de scheiding van 3 meter hoog en 10 meter lang kunnen buren hun recht op (zon)licht en lucht kwijtraken.
  3. Door het hoge bebouwingspercentage blijft er minder ruimte over voor groen, wat tot gevolg heeft dat de dieren zoals vogels en egels weg blijven uit de wijk.

Beoordeling

  1. Bij een kaveloppervlakte tot 500 m≤ mag de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en aan- of uitbouwen 50 m≤ bedragen. Voorts zijn de bouwvlakken voor rijtjeswoningen, dubbele woningen en vrijstaand woningen begrensd tot 10, 12 en 15 meter. Als bovengrens geldt daarbij dat niet meer dan 60 % van de kavel bebouwd mag worden.
    Deze bebouwingsmogelijkheden, die aanvaardbaar zijn, leiden er niet toe dat het karakteristieke aanzien van de wijk zal worden aangetast.
    Aanlegvergunning.
    De gemeente heeft de mogelijkheid om een aanlegvergunningstelsel in het bestemmingsplan op te nemen. Juridisch gezien betekent dit dat er een regeling in het bestemmingsplan moet worden opgenomen waarbij het verboden is om zonder (aanleg)vergunning de voortuin te verharden. Situaties waarbij de verharding van de voortuinen domineert en waarbij het straatbeeld wordt aangetast zijn echter schaars. Het invoeren van een vergunningenstelsel staat in geen verhouding tot het te dienen belang en wordt daarom niet doelmatig geacht.
  2. Deze interpretatie is niet juist. Het bestemmingsplan staat een schutting met een maximale hoogte van 2 meter toe. Ook kan vergunningsvrij onder voorwaarden een schatting van 2 meter hoog worden geplaatst.
  3. Zie de beoordeling onder 1.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

9 Brief van [........], d.d. 10 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. De zienswijze richt zicht tegen de hoogte die opgenomen is voor het perceel Smaragdstraat 10, waar een kerk gevestigd is. De maximale hoogte in het bestemmingsplan is 12 meter met een goothoogte van 6 meter.
  1. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de hoogte van het hoofdgebouw en bijgebouwen. Bijgebouwen van 12 meter hoog staan op geen enkele wijze in verhouding met de huidige situatie.
  2. De maximale hoogte is gebaseerd op de torenspits van 12 meter hoog. Dit is slechts een ondergeschikt onderdeel van de bebouwing. Eventueel toekomstige bebouwing zou geen 12 meter hoog mogen zijn aangezien dit niet in overeenstemming is met de verhoudingen van de bebouwing in de omgeving.
  3. Een wijziging in de huidige situatie vindt reclamant niet gewenst.
  4. In het huidige bestemmingsplan wordt ook geen maximale hoogte van 12 meter genoemd.
  5. Hogere bebouwing zou kunnen leiden tot planschade.
  6. Een grotere hoogte zou bij eventueel nieuwe bebouwing een aanslag kunnen betekenen op de privacy van reclamant, aangezien op grotere hoogte ramen gerealiseerd kunnen worden die uitzicht kunnen bieden op het perceel van reclamant.
    Reclamant verzoekt het ontwerpbestemmingsplan op genoemde punten aan te passen.

Beoordeling

  1. a. In het bestemmingsplan wordt in de bestemming maatschappelijke doeleinden onderscheid gemaakt in gebouwen en bijgebouwen met daarbij verschillende hoogten. Bijgebouwen horen bij een (dienst)woning. De hier aanwezige voormalige dienstwoning is afgesplitst en maakt geen onderdeel (meer) uit van de bestemming maatschappelijke doeleinden. Juridisch gezien is er dus sprake van gebouwen waarbij een goothoogte geldt van 6 m eter en een maximale bebouwingshoogte van 12 meter. Zie hierna onder b.
    b. In het geldende bestemmingsplan is alleen de goothoogte bepaald op 6 meter en is een maximale bebouwingshoogte niet opgenomen. Omdat een regeling over de maximale bebouwingshoogte niet kan worden gemist is deze hoogte afgestemd op de torenspits.
    Kijkend naar de verhoudingen van de bebouwing in de omgeving dan moet worden vastgesteld dat de hoogte van de omliggende woningen waaronder die van reclamant, is vastgelegd op een goothoogte van 6 meter en een bebouwingshoogte van 10 meter.Tijdens de behandeling in de PMA is vastgesteld dat de vrees bestaat dat bij eventuele vervangende nieuwbouw deze bouw zal worden afgestemd op de hoogte van de torenspits. Hoewel in het nieuwe bestemmingsplan het geldende recht zoveel mogelijk wordt gerespecteerd, kunnen wij begrip opbrengen voor deze vrees. Voorgesteld wordt om in afwijking van het ter visie gelegen ontwerp, een maximale bebouwingshoogte van 10 meter op te nemen.
    c. Juridisch gezien is er voor reclamant geen sprake van een planologische verslechtering. Er bestaat zowel op basis van het geldend bestemmingsplan als op basis van het voorliggende bestemmingsplan de mogelijkheid dat op het gebouw dat nagenoeg grenst aan zijn huiskavel (10 meter gelegen van zijn woning) aanzienlijk kan worden vergroot.
    Het gebruik maken van deze bouwmogelijkheid betekent ten opzichte van de feitelijke situatie, een behoorlijke inbreuk op het woongenot. Er is derhalve aanleiding de bouwmogelijkheid te beperken.
    d. Zoals hiervoor is aangegeven is onder het geldende recht de bebouwingshoogte onbegrensd.
    e. Van planschade voor reclamant kan geen sprake zijn omdat hij niet in een nadeliger planologische situatie komt.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:
de plankaart voor het perceel aan de Smaragdstraat met de bestemming maatschappelijke doeleinden te wijzigen waarbij de bebouwingsgrens die op de perceelsgrens ligt, wordt verplaatst naar het bestaande gebouw en in het bebouwingsvlak wordt een hoogtescheidingslijn aangebracht waarbij de bouwhoogte van het aan de eigendom van reclamant gelegen gebouw wordt beperkt tot een hoogte van 4 meteren voor het overige deel van het bouwvlak wordt de hoogte begrensd tot 10 meter.

10 Brief van [........], d.d. 11 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt een klein deel van de bestemming 'bos en parkstrook' op het perceel Eerste Beukenlaan 12 te verwijderen.
  1. Op een gedeelte van de locatie waar de bestemming aan toe is gekend, is geen waardevol bos of struikgewas in het geding. Er staat geen enkele boom.
  2. Een deel van de bestemming zou verwijderd moeten worden om een eventuele vergroting van de bestaande garage mogelijk te maken.

Beoordeling

  1. a. Deze zienswijze is terecht. De bestemming wordt overeenkomstig de feitelijke situatie aangepast.
    b. Een vergroting van de garage behoort tot de mogelijkheden.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. De plankaart wordt aangepast waarbij een klein deel van de bestemming bos- en parkstrook wordt gewijzigd in erfaanduiding.
11 Brief van [........], d.d. 10 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant maakt bezwaar tegen de uitbreidingsmogelijkheden van het pand aan het perceel Bosweg 77 (Baptistenkerk) richting de achterzijde van het perceel Jachtlaan 30. Tevens verzoekt hij de voormalige groenstrook/bosstrook achter zijn perceel als zodanig te bestemmen.
  1. Het uitzicht is in de afgelopen jaren al veranderd van zicht op groen en op bos tot een zicht op een kale muur van een kerkgebouw en een hekwerk rondom een kinderspeelplaats. Dit vermindert het woongenot.
  2. Het bebouwen van de voormalige groenstrook leidt tot overlast vanwege betreding van het perceel Jachtlaan 30 in het geval van onderhoud aan de bebouwing.

Beoordeling

  1. Het bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West maakt het mogelijk dat de kerk tot aan de perceelsgrens van reclamant kan uitbreiden. Hieraan is de restrictie verbonden dat de bebouwingshoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. Deze bebouwingsmogelijkheden zijn uit het geldende bestemmingsplan overgenomen.
    In de planopzet wordt aan de westkant van de Jachtlaan uitgegaan van voornamelijk vrijstaande panden op percelen. Verklontering van bouwmassa's wordt tegen gegaan en de gebouwen zijn omzoomd met groene ruimte. In die zin is hier sprake van een afwijkende juridische regeling.
    Het opschuiven van de bebouwingsgrens is hier derhalve reŽel.


Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. Op de plankaart wordt voor het perceel Bosweg 77 de bebouwingsgrens grenzend aan de achtertuin van de Jachtlaan, drie meter opgeschoven.

12 Brief van [........] en [........], d.d. 14 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant maakt bezwaar tegen de uitbreidingsmogelijkheden van de Baptistenkerk aan het perceel Bosweg 77 tot aan de erfgrens van het perceel Jachtlaan 24a.
  1. Het woongenot zal verminderen door het plaatsen van een muur op de erfgrens.
  2. De uitbreidingsmogelijkheden zal ten koste gaan van de groene ruimte in de wijk.
  3. Een dergelijk grootschalig gebouw zal de omgeving sterk domineren en zal detoneren, gezien de kleinschalige woonfunctie in de wijk.
  4. Aanvullend is bij brief van 17 maart 2006 verzocht om de gronden gelegen achter de kerk, te bestemmen tot bos- en parkstrook.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar de beoordeling onder 11 ([........]).
    Ten aanzien van de aanvullende zienswijze onder d wordt opgemerkt dat deze grond niet de kwaliteit heeft voor de bestemming bos- en parkstrook.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. Op de plankaart wordt voor het perceel Bosweg 77 de bebouwingsgrens grenzend aan de achtertuin van de Jachtlaan, drie meter opgeschoven.

13 Brief van [........], d.d. 11 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De Wijkvereniging ondersteunt het ontwerpbestemmingsplan bijna volledig, en heeft op een drietal punten de volgende opmerkingen:

  1. De wijkvereniging verzoekt de bestemmingsomschrijving in artikel 3.11 aan te vullen door achter lid b en d de zin "uitsluitend ten behoeve van de bij a genoemde bestemming" te voegen. Dit voorkomt dat het sportveld voor andere parkeerdoeleinden of andersoortige evenementen gebruikt kan worden. Een alternatief zou zijn de sportvoorziening die wordt gebruikt voor onderwijssport als zodanig op de plankaart te bestemmen.
  2. Het wijzigen van de bestemming 'tuin en erf' naar de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' op het perceel Seringenlaan 21 is niet gewenst. De wijkvereniging stelt voor het perceel te bestemmen als 'bos en parkstrook'.
    a. De gebruiksmogelijkheden die de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' biedt is in strijd met het uitgangspunt van het ontwerpbestemmingsplan om de (ruimtelijke) kwaliteit en het boskarakter in Berg en Bos te beschermen.
    b. De Waarderingskaart CHA (pag. 76/77 ontwerpbestemmingsplan) classificeert het perceel als 'waardevol groen'. De bestemming 'maatschappelijke doeleinden past niet binnen deze waardering.
    c. Het perceel is onderdeel van een groter geheel van beboste stroken in de wijk. De nieuwe bestemming 'maatschappelijke doeleinden' leidt tot versnippering en tast de kwaliteit van het nog resterende bos aan.
    d. Het huidige gebruik van het perceel vervalt in 2007. Er is geen reden om het perceel de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' te geven.
    e. De ondergrondse commandopost dient buiten gebruik gesteld te worden en zeer strikt bestemd te worden. Het gebouw waar op dit moment de huidige gebruikers zich in vestigen, dient na vertrek van deze gebruikers eveneens buiten gebruik gesteld worden.
  3. Het sportveld ten oosten van de Berg en Bosschool krijgt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden', waarbij de ruimte rond de bebouwing onder andere gebruikt mag worden als parkeervoorziening. De wijkvereniging acht dit gebruik ongewenst en verzoekt de bestemming te veranderen in sport en recreatie en hierbij de gebruiksbepaling te specificeren zodat parkeren en evenementen alleen ten behoeve van de hoofdbestemming kunnen plaatsvinden.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar de beoordeling onder II B.
  2. Verwezen wordt naar de beoordeling II A.
  3. Het sportveld, waarop geen bebouwing mogelijk is, maakt onderdeel uit van de Berg en Bosschool. Onder Maatschappelijke Doeleinden wordt tevens verstaan sport en recreatie. Gelet op de onlosmakelijke samenhang tussen de school en de sportvoorziening is er geen aanleiding om deze grond alleen voor sport en recreatie te bestemmen.
    De toegestane parkeer- en evenementen functie is een afgeleide functie van de bestemming Maatschappelijke Doeleinden. De voorschriften kunnen echter zodanig worden uitgelegd dat aan het parkeren en de evenementen een zelfstandige betekenis worden toegekend. Om interpretatieverschillen te voorkomen worden de voorschriften gewijzigd.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. In artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) wordt in lid 1 achter parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd: “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel”.
  2. De bestemming Maatschappelijke Doeleinden te wijzigen in Kantoordoeleinden;
  3. In artikel 3.6 (maatschappelijke doeleinden) wordt in lid 1 achter parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd: "uitsluitend ten behoeve van de bestemming maatschappelijke doeleinden op dit perceel".

14 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

Reclamanten oefenen in het pand aan de Soerenseweg 146a het beroep van advocaat uit.

  1. Reclamanten verzoeken het bestemmingsplan te wijzigen zodat ondergronds bouwen ook buiten het bebouwingsvlak, op de als erf aangeduide gronden, mits het ondergrondse bouwwerk niet boven het maaiveld uitkomt.
  2. De goot- en de nokhoogte zijn niet consequent opgenomen, bij sommige panden geldt de bestaande situatie, bij andere panden wordt een hogere nokhoogte mogelijk gemaakt. Reclamanten verzoeken om de goot- en nokhoogte van alle panden (waaronder in ieder geval Soerenseweg 146) weer te geven overeenkomstig de bestaande situatie.
  3. Door de aanduiding 'zeer belangrijke archeologisch gebied' die gegeven is aan een strook langs de Soerenseweg wordt inbreuk gepleegd op het recht van de eigenaren door een streng aanlegvergunningenstelsel en de verplichte inschakeling van een archeoloog. Reclamanten verzoeken om deze aanduiding van alle delen van de Soerenseweg en de daaraan gelegen particuliere kavels te schrappen.
  4. Reclamanten verzoeken het grasveld naast de Berg en Bosschool te bestemmen als 'groenvoorziening'. Redenen hiervoor zijn:
  1. Het grasveld wordt bestemd als 'maatschappelijke doeleinden'. De functies waarvoor het veld binnen deze bestemming gebruikt kan worden is op deze locatie ongewenst en strijdig met de doelstellingen van het plan om de wijk groen te houden.
  2. Als eenmaal de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' is toegekend, zal de stap tot het bebouwen van de locatie sneller genomen zijn dan als de bestemming 'groenvoorzieningen' is.

Beoordeling

  1. Ondergrondse bebouwing is toegestaan met dien verstande dat uitsluitend zijn toegestaan die functies die een functionele eenheid vormen met de volgens het bestemmingsplan toegestane functies. Dit betekent dat ook op de als erf aangeduide gronden ondergronds bouwen mogelijk is. Dat kan onder de aan- en bijgebouwen tot de maximaal toegestane oppervlakte.
    Ondergronds bouwen is dus alleen toegestaan op plekken en tot een oppervlakte waar ook bovengronds mag worden gebouwd.
  2. Per woning is de bestaande goot- en bebouwingshoogte opgenomen waarbij uitgegaan is van een aantal standaardmaten. Hogere of lagere woningen zijn specifiek op de kaart aangeduid.
    Voor wat betreft de verwijzing naar de woning Soerenseseweg 146 (de naast gelegen woning) wordt opgemerkt dat hiervoor op de plankaart een goot- en bebouwingshoogte is opgenomen van respectievelijk 3 en 9 meter. De huidige bebouwingshoogte bedraagt 6 meter. Er is echter geen stedenbouwkundige redenen om de bebouwingshoogte te verminderen naar 6 meter. De bebouwingsvoorschriften voorzien in een zogenaamde afdekbepaling. Op grond hiervan mogen gebouwen vanaf de goothoogte de denkbeeldige 60 graden helling niet overschrijden. Hiermee wordt voorkomen dat een te grote bouwmassa kan ontstaan.
  3. De desbetreffende gronden staan bekend als zeer belangrijke archeologische zone. Vanwege de grote archeologische waarde biedt het bestemmingsplan aan deze zone bescherming waarbij ingrepen in de bodem van meer dan 35 cm vergunningsplichtig zijn. Opgemerkt wordt de begrenzing van de zone nagenoeg gelijkt loop met de voortuin (waarop niet gebouwd kan worden) van reclamant.
  4. Het sportveld, waarop geen bebouwing mogelijk is, maakt onderdeel uit van de Berg en Bosschool en is daarom bestemd tot Maatschappelijke Doeleinden waaronder tevens wordt verstaan sport en recreatie. Er is geen aanleiding om deze grond alleen voor groenvoorzieningen te bestemmen. Daarmee zou het huidige sportgebruik niet meer mogelijk zijn.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

15 Brief van [........] en [........], d.d. 22 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamanten hebben bezwaar tegen de bestemming 'bos- en parkstrook' op hun perceel Cederlaan 9-a en verzoeken deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'tuin':
  1. Het aanbrengen van deze strook beperkt reclamant in de (toekomstige) bouwmogelijkheden.
  2. De strook bestaat uit slechts 2 bomen, die ook beschermd kunnen worden door andere regelgeving zoals kapvergunningen, de kapverordening en maximale bebouwingspercentages.
  3. Er is niet zorgvuldig omgegaan met het aanwijzen van de bestemming 'bos en parkstrook' in de wijk, onder andere omdat er geen mensen zijn komen kijken naar de werkelijke situatie.
  4. Tijdens de politieke markt van 1 december 2005 sprak wethouder Van der Tas over een 'groene waas'. Als dat het criterium is voor de toekenning van de bestemming 'bos of parkstrook', dan dient heel Berg en Bos deze bestemming te krijgen.
  5. In de beantwoording van de inspraakreactie wordt gesproken over een 'duidelijke bomenstructuur'. Indien hiermee aaneengesloten boomkruinen bedoeld worden, al zijn het er maar twee, dan kan ook aan de hand van dit criterium de hele wijk als 'bos en parkstrook' bestemd worden.
  6. De toekenning van deze bestemming beschouwd reclamant als een inbreuk op hun persoonlijk eigendom en zij zullen nadelige (financiŽle) gevolgen op de gemeente verhalen.

Beoordeling

  1. De groenstructuren zoals deze zijn geÔnventariseerd, zijn voor het karakter en de uitstraling van de wijk zeer waardevol. Om deze redenen wordt deze groenstructuur middels het bestemmingsplan extra beschermd.
    De twee genoemde bomen maken onderdeel uit van een structuur die verder gaat dan het perceel van reclamant.
    Het is juist dat voor een deel de bouwmogelijkheden voor een bijgebouw worden beperkt maar alternatieven zijn binnen het perceel met de erf-aanduiding voorhanden.
    De genoemde “groene waas” is erg belangrijk voor het deel Berg en Bos, juist om deze reden willen wij deze waarden zoveel mogelijk beschermen. Waarbij dat op maat moet gebeuren, om ook voldoende ruimte te kunnen bieden aan de andere functies in de wijk.
    Indien reclamant van oordeel is dat hij ten gevolge van de bepalingen van dit bestemmingsplan schade leidt, dan kan op basis van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een verzoek om schade worden ingediend. Het verzoek kan worden ingediend nadat het bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West onherroepelijk is geworden.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

16 Mondelinge zienswijze van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de bebouwingshoogte van de geplande woningen op het huidige parkeerterrein aan de Waltersingel. Door deze hoogte wordt haar uitzicht belemmerd en zal er inkijk in haar tuin ontstaan. reclamant verzoekt om de woningen maximaal 1 bouwlaag hoog te laten worden.

Beoordeling

  1. De geprojecteerde woningen op het parkeerterrein van DNB zijn in de hoogte begrensd tot maximaal 5 meter (goothoogte) en 8 meter (bebouwingshoogte). Deze hoogtemaat is zorgvuldig afgestemd op de omliggende bebouwing. De woning van reclamant ligt op ca 90 meter van de beoogde bebouwing. Het uitzicht loopt via een achterontsluiting die toegankelijk is voor auto's. Van een beperking in uitzicht kan redelijkerwijs niet worden gesproken. Bovendien is de geprojecteerde nieuwbouw alleszins acceptabel.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

17 Brief van [........] en [........], d.d. 13 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt het perceel Seringenlaan 21 niet te bestemmen als 'maatschappelijke doeleinden' aangezien dit niet past binnen het principe van het bestemmingsplan: "wonen in het groen".

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

18 Brief van [........] en [........], d.d. 17 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Het wijzigen van de bestemming 'tuin en erf' naar de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' op het perceel Seringenlaan 21 is niet gewenst. Reclamant verzoekt de bestemming zodanig te wijzigen dat er geen verslechtering optreedt ten opzichte van de huidige bestemming.
    a. De bedrijfsmatige of maatschappelijke activiteiten zijn ongewenst en onlogisch midden in een bos en parkstrook.
    b. Het huidige gebruik van het perceel door de recherche kan alleen als tijdelijk gezien worden aangezien dit in strijd is met het huidige bestemmingsplan.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

19 Brief van [........], d.d. 17 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de invulling van de bestemming 'sport en recreatieve doeleinden', voor zover het betreft het schoolsportveld aan de Felualaan:
    a. Er is geen behoefte aan het verruimen van de bestemming ten opzichte van het huidige gebruik en dit moet niet gestimuleerd worden.
    b. Ruimere gebruiksmogelijkheden leggen meer druk op de woonomgeving en houden vermindering van het leefklimaat in.
    c. Het sportveld vormt onderdeel van het groen en de sfeer in de wijk. Het bestemmingsplan beoogt het groene karakter te beschermen. Maar door de algemene bestemming 'sport en recreatie' en een intensievere gebruikssituatie wordt deze sfeer en het groen juist verdrongen.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar de beoordeling onder II B.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

In de voorschriften wordt in artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) achter parkeervoorzieningen (lid 1b) en evenementen (lid 1d) toegevoegd: “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel”.

20 Brief van [........] en [........], d.d. 17 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Het wijzigen van de bestemming 'tuin en erf' naar de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' op het perceel Seringenlaan 21 is niet gewenst. Reclamant verzoekt de bestemming te wijzigen in 'bos en parkstrook'.
    a. De bestemming 'maatschappelijke doeleinden' is onlogisch en inconsistent gezien de situering van de enclave, tussen vele bosachtige achtertuinen.
    b. Het perceel wordt al jaren in strijd met het bestemmingsplan gebruikt.

Beoordeling

Verwezen wordt naar de beoordeling onder II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

21 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

Reclamant dient een zienswijze in namens [........] van [........]., eigenaar van het perceel Jachtlaan 8a en namens de huurder van dit perceel, Tennisvereniging De Manege.

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' die aan het perceel is gegeven. Hij verzoekt de bestemming terug te brengen naar de 'oude' bestemming.
    a. Op het terrein zijn tennisbanen aanwezig, evenals een clubhuis annex horecagelegenheid met terras en een bovenverdieping met kleedkamers e.d. De bestemming is niet conform dit gebruik, dat al vele jaren op het perceel aanwezig is.
    b. In artikel 3.11, lid 4 wordt vermeld dat de niet bebouwde grond slechts mag worden gebruikt als tuin, erf en/of parkeervoorziening.
  2. Reclamant verzoekt een uitbreidingsmogelijkheid in het bestemmingsplan op te nemen voor een nieuwe fitnessruimte van circa 150 m2.

Beoordeling

  1. a. Het geldende bestemmingsplan voorziet in de bestemming "tenniscomplex". De hierbij behorende voorschriften staan uitsluitend tennissport in combinatie met horecadoeleinden toe.
    De thans voorgestelde bestemming sport- en recreatie voorziet niet expliciet in een horecafunctie. Dit hoeft ook niet omdat de clubhuisfunctie annex horeca en kleedkamers een gebruik is overeenkomstig en ten behoeve van de bestemming sport en recreatie. Dit houdt in dat er sprake moet zijn van een geÔntegreerde horeca- en sport/recreatiefunctie. De ontwikkeling van zelfstandige horeca is niet mogelijk.
    De verzochte beperking in bestemming naar tenniscomplex in plaats van sport en recreatie wordt na overleg met de architect en met zijn instemming niet overgenomen.
    b. Deze zienswijze is juist. Deze specifieke gebruiksbepaling is onjuist en overbodig.
  2. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met een beperkte uitbreidingsmogelijkheid van het bestaande clubhuis. Deze locatie geniet vanwege de concentratie van gebouwen sterk de voorkeur boven de gewenste locatie vlak tegen het noordelijk gelegen perceel met de bestemming bos- en parkstrook.
    De vergroting van het bouwvlak om daarmee de beoogde fitnessruimte te realiseren stuit niet op bezwaren.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. Het bouwvlak met de hoogte 3/8 meter wordt in oostelijke richting vergroot ten behoeve van een fitnessruimte van ca 150 m≤.
  2. Lid 4 van artikel 3.11 (specifieke gebruiksbepaling) wordt geschrapt.

22 Brief van [........], d.d. 16 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingebracht door de Koninklijke Vereniging voor Veldbiologie, vertegenwoordigt door [........], [........], [........], J[........], [........] en [........].

  1. De bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' die toegekend is aan het sportveld ten dienste van het Lyceum aan de Burgemeester Roosmale Nepveulaan is niet gewenst. De bestemming maakt evenementen en parkeerterreinen mogelijk. De rust, het boskarakter en de natuur worden daardoor verstoord. . Door aan dit perceel een natuurvriendelijke bestemming te geven neemt ook de verkeersintensiteit af.
  2. De bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven, is niet gewenst. Door deze bestemming staan allerlei ongewenste mogelijkheden voor diverse activiteiten open. Het resterende terrein moet zijn groene bestemming behouden en bosgebied worden. Reclamant verzoekt het terrein de bestemming 'bos- en parkstrook' te geven. Door aan dit perceel een natuurvriendelijke bestemming te geven neemt ook de verkeersintensiteit af.
  3. Reclamant verzoekt doorgaand verkeer en verkeer richting de Apenheul te leiden over de hoofdwegen: Amersfoortseweg, J.C. Wilslaan en de Jachtlaan.
  4. De gemeentelijke plannen voor de opwaardering en het toegankelijker maken van het park Berg en Bos dient ten goede te komen aan flora en fauna.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II B.
  2. Verwezen wordt naar onderdeel II A. Opgemerkt wordt dat de verkeersaantrekkende werking door de in het bestemmingsplan opgenomen mogelijkheden, niet wordt vergroot.
  3. Wegbewijzering is geen onderwerp van bespreking in een bestemmingsplan. Overigens vindt de wegbewijzering op de genoemde wijze via de hoofdontsluitingswegen plaats.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden;
  2. In artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) wordt in lid 1 achter parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd:
    “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel”.

23 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verwijst naar de zienswijze van de Wijkvereniging Berg en Bos (nummer 13). Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' van het perceel Seringenlaan 21 te wijzigen in de bestemming 'bos en parkstrook'.
  2. Reclamant geeft aan dat er in vergelijking tot 5 jaar geleden minder eekhoorns en egels voorkomen door kap van bomen door nieuwkomers in de wijk. Reclamant vraagt zich af of het mogelijk is om een ven te ontwikkelen (er loopt een ondergrondse spreng) waar vogels en andere diersoorten op af komen.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.
  2. De gemeente probeert het kappen in de wijk zoveel mogelijk te beperken, middels de kapvergunning. Niet voorkomen kan worden dat “niet kapvergunningsplichtige bomen” of struiken verdwijnen. Voor het ontwikkelen van een ven is ruimte nodig. Binnen de wijk Berg en Bos is deze ruimte niet voorhanden. Het ontwikkelen van een ven zal hier dan ook niet mogelijk zijn. Binnen de stad wordt vooral ingezet op de ontwikkeling van natte ecologie en dan met name op de bestaande (en onder de grond verdwenen) cultuurhistorische beken en sprengen.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:
De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

24 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven, te wijzigen in de bestemming 'bos- en parkstrook'.
    a. De bestemming 'maatschappelijke doeleinden' is te ruim, waardoor geheel nieuwe mogelijkheden voor het gebruik van het terrein ontstaan.
    b. De bestemming 'bos en parkstrook' is meer in overeenstemming met het uitgangspunt van de wijk: wonen in het bos.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

25 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verwijst naar de zienswijze van de [........] (nummer 13). Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' van het perceel Seringenlaan 21 te wijzigen in de bestemming 'bos en parkstrook'.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

26 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de beperkingen in bebouwingsmogelijkheden die zijn opgelegd op het perceel Ribeslaan 25 en verzoekt deze beperkingen aan te passen.
    a. Deze beperkingen zijn opgelegd naar aanleiding van een inspraakreactie van een buurman, zonder te overleggen met reclamant.
    b. De als erf aangewezen gronden zijn maar heel beperkt ten nadele van reclamant.

Beoordeling

  1. a. In de inspraakfase heeft de eigenaar van de naast gelegen woning opgemerkt dat het bebouwingsvlak van het perceel van reclamant 2 keer zo groot is als de woning.
    In de gemeentelijke beoordeling van deze inspraakreactie is vastgesteld dat de bebouwingsvlakken schuin op elkaar toelopen en dat bij de benutting van de maximale mogelijkheden een te grote bouwmassa ontstaat. In verband daarmee is in het bebouwingsvlak van reclamant een hoogtescheidingslijn aangebracht.
    Honorering van deze zienswijze zou betekenen dat indien reclamant de maximale mogelijkheden benut, de woning over de volledige hoogte dichter op de perceelsgrens en de woning (ca 6 meter) van de naast gelegen eigenaar komt te liggen.
    Er is hier aanleiding om in het bebouwingsvlak een hoogtescheidingslijn op te nemen.
    Overleg
    Reclamant is over de aangebrachte wijzigingen (ten nadele van haar) in het ontwerpbestemmingsplan niet door de gemeente geÔnformeerd. De informatieverstrekking heeft plaatsgevonden aan diegenen die op het voorontwerp bestemmingsplan hebben gereageerd. Voorts heeft de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan op de wettelijk voorgeschreven wijze plaats gevonden.
    Het is voorstelbaar dat deze procesgang in deze situatie kan leiden tot irritatie. Hoewel er geen wettelijke plicht is, had het toch op de weg van de gemeente gelegen om reclamant over de aangebrachte wijzigingen te informeren.
    Een ingediende klacht hierover is door ons gegrond verklaard waarbij tevens is besloten om de hoogtebeperking in het bouwvlak te heroverwegen.
    De reden die ten grondslag heeft gelegen aan het aanbrengen van een hoogtescheidingslijn is dat de woning met een toegestane goothoogte en bebouwingshoogte van respectievelijk 6 en 8 meter over de volledige omvang na benutting van de planologische mogelijkheden dichter op de perceelsgrens en daardoor dichter op de naastgelegen woning nr 33 komt liggen.
    Gebleken is echter nu dat bij huisnummer 33 de garage, (opgenomen in het hoofdgebouw) aan de zijde van het perceel van reclamant is gelegen.
    Deze situatie in ogenschouw nemende en afgezet tegenover andere percelen in het plangebied komen wij tot de conclusie dat nagenoeg bij geen enkele andere situatie hoogtebeperkingen in het bouwvlak voor vrijstaande woningen zijn opgenomen.
    Concluderend kunnen wij stellen dat de eerder gebleken aanleiding tot het stellen van een hoogtebeperking is komen te vervallen.
  2. Het bebouwingsvlak is zodanig gesitueerd dat recht wordt gedaan aan de bijzondere en mooie ligging van de woning. Bijgebouwen/garage zijn geregeld in de erfregeling, die zich in deze bijzondere situatie zelfs voor de woning is gesitueerd. Vanuit de specifieke locatie wordt voorgesteld om:
    a. overeenkomstig de algemene regeling de erfregeling uit de voortuin te verwijderen behoudens ter plaatse van de garage;
    b. De bouwstrook voor de woning over de volle lengte te verbreden tot op een afstand van de Douglaslaan, gelijk aan de voorgevelrooilijn van de achterliggende woning.
    Met deze twee aanpassingen zijn de bouwmogelijkheden op dit kavel in ruime mate aangepast aan de algemene regels zoals die in dit deel van de wijk worden toegepast. Deze aangepaste bebouwingsregeling is met reclamant besproken.


Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:
De plankaart wordt aangepast waarbij
de hoogtescheidingslijn en de daarbij behorende hoogte van 3/5 meter wordt doorgehaald;

de bouwstrook voor de woning over de volle lengte wordt verbreed tot op een afstand van de Douglaslaan, gelijk aan de voorgevelrooilijn van de achterliggende woning en de erfaanduiding in de voortuin te wijzigen in tuin behoudens ter plaatse van de garage.

27 Brief van [........], d.d. 14 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingediend door [........], [........], en [........].

  1. Het bouwvlak van de Baptistenkerk, gevestigd aan de Bosweg 77, wordt uitgebreid richting de erfgrenzen van reclamanten. Zij verzoeken het bouwvlak te handhaven zoals dat op dit moment bestaat en geen mogelijkheden te bieden om uitbreiding toe te staan.
    a. Op dit moment is er 3,5 meter ruimte, waar zich bomen en struiken bevinden. Dit geeft een ruimtelijk gevoel, wat reclamanten graag gehandhaafd zien.
    b. Uitbreidingsmogelijkheden veranderen het uitzicht en leiden tot waardedaling van de woningen.
    c. Aanvullend is bij brief van 17 maart 2006 verzocht om de gronden gelegen achter de kerk, te bestemmen tot bos- en parkstrook.

Beoordeling

  1. Zie de beoordeling onder zienswijze 11 ([........]) en 12 ([........]). Ten aanzien van de aanvullende zienswijze onder c wordt opgemerkt dat deze grond niet de kwaliteit heeft voor de bestemming bos- en parkstrook.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:
Op de plankaart wordt voor het perceel Bosweg 77 de bebouwingsgrens grenzend aan de achtertuin van de Jachtlaan, drie meter opgeschoven.

28 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verwijst naar de zienswijze van [........] (nummer 13). Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' van het perceel Seringenlaan 21 te wijzigen in de bestemming 'bos en parkstrook'.
    a. De bestemming 'maatschappelijke doeleinden' zorgt voor overlast, mede doordat het perceel alleen toegankelijk is via een smal pad tussen de woningen. Tevens grenst het perceel rondom aan achtertuinen.
    b. Er is geen gegronde reden om de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' toe te kennen, er is geen concreet project voor dit perceel.
    c. Het perceel kan gaan dienen als locatie waar bomen geplant kunnen worden als compensatie voor het rooien van bomen elders, in verband met de herplantingsplicht.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:
De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

29 Brief van [........] en [........], d.d. 18 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de gebruiksmogelijkheden van de bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' voor het sportveld aan de Felualaan en verzoekt deze bestemming beter vast te leggen om ongewenste activiteiten te voorkomen.
    a. Het toestaan van parkeerterreinen en evenementen binnen de bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' staat haaks op de uitgangspunten in het bestemmingsplan en getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening. Het vormt een bedreiging voor het 'wonen in het bos'.
    b. In het structuurplan 'Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Apeldoorn 2020' (waarnaar wordt verwezen in paragraaf 2.2.1. van de toelichting van het bestemmingsplan) is het betreffende perceel als parkzone aangewezen. Het bestemmingsplan staat dus gebruiksmogelijkheden toe die niet passen binnen het door de gemeente zelf vastgestelde beleid.
    c. De noodzakelijke onderzoeken of de locatie geschikt is voor de realisatie van een parkeerterrein ontbreken. Hiermee wordt gedoeld op een geluidsonderzoek, een onderzoek naar luchtkwaliteit en een onderzoek naar de waterhuishouding.
    d. In de beantwoording van de inspraakreactie werd aangegeven dat het parkeren alleen ten dienste van de bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' mag geschieden. Zoals de juridische regeling echter nu luidt, kan het hele terrein gebruikt worden ten behoeve van parkeervoorzieningen.
    e. Het mogelijk maken van evenementen zoals omschreven in de begripsomschrijving in artikel 1 van de voorschriften, heeft een enorme impact op de omgeving en zou niet toegestaan mogen worden.
    f. De indruk ontstaat dat de gemeente zich enerzijds druk maakt voor het boskarakter van de wijk, maar anderzijds bereid is ongemotiveerd inbreuk te plegen op dezelfde doelstelling.
  2. Reclamant heeft bezwaar tegen de bouwmogelijkheden van de bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' voor het sportveld aan de Felualaan.
    a. De mogelijkheid tot het plaatsen van lichtmasten met een maximale hoogte van 15 meter leidt tot hinder naar de omgeving en past niet binnen het uitgangspunt 'wonen in het bos'. Reclamant verzoekt deze bouwmogelijkheid niet in het bestemmingsplan op te nemen.
    b. In het bebouwingsschema (artikel 3.11, lid 2) is opgenomen de categorie 'andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen'. Hier wordt een maximale hoogte van overkappingen vermeld van 3 meter. Het opnemen van deze hoogte is echter niet nodig, aangezien overkappingen binnen een sport- en recreatieve bestemming niet noodzakelijk zijn.
  3. Reclamant heeft bezwaar tegen de toekenning van de bestemming 'bos en parkstrook' op het perceel Felualaan 11 en verzoekt aan het gehele perceel de bestemming 'woondoeleinden' toe te kennen.
    a. Het deel van het perceel kan niet als waardevol groen worden aangemerkt. Dit wordt bevestigd door de waarderingskaart 'Cultuurhistorische analyse Apeldoorn Noord-West' (uit de toelichting van het bestemmingsplan pagina 76-77), waarop het betreffende perceel niet als waardevol groen is aangeduid.
    b. Het deel van het perceel is in gebruik als erf. Dit gebruik komt overeen met het begrip erf uit het Besluit Bouwvergunningsvrije en Licht-bouwvergunningplichtige Bouwwerken. Het toekennen van een andere bestemming schuift de bepalingen uit dit Besluit niet opzij. Om deze reden is het dan ook niet noodzakelijk een min of meer openbare bestemming op het privť terrein van reclamant te leggen.
    c. De APV biedt voldoende mogelijkheden om de bomenstructuur te beschermen.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II B. De aangehaalde onderzoeken zijn niet nodig omdat hier deels de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan zijn overgenomen en het parkeren uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie kan plaatsvinden.
  2. a. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om lichtmasten te plaatsen op de gronden die bestemd zijn tot sport- en recreatieve doeleinden. Tussen gevoelige functies (zoals wonen) en functies die voor hinder kunnen zorgen, wordt een milieuzonering toegepast. De basis voor deze zonering is de brochure bedrijven en milieuzonering van de VNG en geeft een indicatie voor aan te houden hinderafstanden. Voor sportvelden met verlichting geldt een maximale hinderafstand van 50 m ten opzichte van woningen (referentiegebied "rustige woonwijk"). Om te voorkomen dat de lichtmasten dichter op woningen kunnen worden geplaatst, wordt een nadere eisen regeling in de voorschriften opgenomen. Op basis van deze regeling kan voorkomen worden dat lichtmasten voor hinder kunnen zorgen.
    b. In het bebouwingsschema worden toegelaten overkappingen en andere bouwwerken.
    Overkappingen
    Het is niet de bedoeling geweest om overkappingen toe te staan. Deze zienswijze wordt derhalve gedeeld.
    Andere bouwwerken
    Onder andere bouwwerken wordt verstaan hekwerken, ballenvangers etc. Een dergelijke regeling, waarbij de hoogte wordt begrensd op 6 meter, kan bij deze bestemming niet worden gemist.
    c. Deze mening wordt niet gedeeld. Aan het bestemmingsplan ligt een uitgebreide actuele inventarisatie ten grondslag waarbij bos- en groenstructuren, een passende beschermende bestemming krijgen.
  3. De bestemming Bos en Parkstrook is toegepast om de bestaande groene waarden en structuren in de wijk te beschermen. Naar aanleiding van een inventarisatie in de wijk zijn deze structuren op de plankaart gezet. Om deze reden kan de plankaart afwijken van de “Cultuurhistorische analyse Apeldoorn Noord-West”. De kapvergunning biedt geen mogelijkheden om ruimtelijk belangrijke groenstructuren te beschermen. Het is daarom belangrijk deze groene structuren te bestemmen.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. In de voorschriften wordt in artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) achter parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd: “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel";
  2. In artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) lid 2 (bebouwingsschema) wordt in de kolom andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen de regel “overkappingen: 3m” doorgehaald;
  3. Artikel 3.11 lid 4 wordt vervangen door: "Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van lichtmasten ter voorkoming van lichthinder.

30 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar dat een houten berging niet staat ingetekend op de plankaart. De berging staat op de gronden bestemd tot bos- en parkstrook waarop geen bebouwing mag plaatsvinden. Voor deze berging was geen bouwvergunning nodig. Reclamant verzoekt dit aan te passen of te legaliseren.

Beoordeling

  1. De doorgaande groenstructuren bestaande uit opgaande bomen, zijn belangrijk voor het karakter en het beeld van de wijk. Om deze reden dienen deze groene waarden en structuren zoveel mogelijk beschermd te worden. Een gedeelte van het perceel maakt deel uit van deze groenstructuur. Om voldoende bescherming te bieden aan deze structuur is een deel van het perceel bestemd tot “Bos en Parkstrook”.
    In het bestemmingsplan is onder de bestemming bos- en parkstrook een regeling in het bebouwingsschema opgenomen waarbij uitsluitend bestaande gebouwen worden toegestaan. Daarmee is de houten berging niet onder het overgangsrecht geplaatst maar positief bestemd.


Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

31 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen het feit dat het gebied ten westen van de Jasmijnlaan en de Burgemeester Roosmale Nepveulaan en ten zuiden van de Felualaan niet opgenomen is in het bestemmingsplan. Dit gebied maakt wel deel uit van het bestemmingsplan Valkenberg West.
  2. De maximale hoogte die het nieuwe bestemmingsplan op het perceel Hazelaarlaan 5 toestaat, is 4 meter. Door een omvangrijke schoorsteen en een verval van 1 meter van het aan de woning aansluitende bouwterrein komt deze hoogte niet overeen met de werkelijke situatie. De hoogte is in werkelijkheid 6 meter. In het geldende bestemmingsplan zijn twee bouwlagen toegestaan, in het nieuwe bestemmingsplan ťťn bouwlaag (4 meter), terwijl op de naastgelegen percelen wel twee bouwlagen zijn toegestaan.
  3. De algemene bepaling verwoord in artikel 3.1, lid 1 sub h, is onduidelijk. Waarom geldt deze bepaling niet voor bij de woning behorende bijgebouwen?
  4. Op het perceel van reclamant, Hazelaarlaan 5, wordt een gedeelte van het zij-erf bestemd als 'tuin'. Dit gedeelte sluit niet aan op het perceel van het naburig erf dat wordt bestemd als 'tuin'. Hierdoor wordt het mogelijk voor de buren dat zij op die locatie vergunningsvrij kunnen bouwen tegen het zij-erf van reclamant, waar reclamant dit zelf niet zou kunnen. Reclamant verzoekt de bestemming 'tuin' gelijk te laten lopen met het naburige erf, zoals dit in het vigerende bestemmingsplan is geregeld door de voorgevelrooilijn.
  5. Doordat er in het ontwerpbestemmingsplan bouwvlakken zijn getekend worden de herbouwmogelijkheden ten opzichte van het geldend recht sterk beperkt.
  6. Reclamant heeft bezwaar tegen gebruiksmogelijkheden 'parkeren' en 'evenementen' van de bestemming 'sport- en recreatieve doeleinden' voor het sportveld aan de Felualaan.
  7. Reclamant hecht belang aan de ontwikkeling en instandhouding van grasbermen met de daarbij behorende boombeplanting. Hij hoopt dat van de vrijstellingsbevoegdheid opgenomen in de bestemming 'verblijfsgebied' terughoudend gebruik wordt gemaakt. Tevens vraagt reclamant zich af hoe kan worden opgetreden tegen bewoners die deze grasbermen bij hun eigen tuin hebben getrokken, wat afbreuk doet aan de lanen.
  8. Reclamant heeft bezwaar tegen de bestemming 'bos en parkstrook' op zijn perceel.
    a. De bos- en parkstrook op het perceel van reclamant kan in ruimtelijk opzicht worden aangemerkt als direct behorend bij de woning en in functioneel opzicht daaraan direct dienstbaar en valt dan ook onder de landelijke definitie van 'erf'.
    b. Reclamant vindt de definitie van 'bos en parkstrook' vaag en niet handhaafbaar. Hij vraagt zich af wat wordt verstaan onder struikgewas, hakhout en wat de dichtheid van groenbeplanting moet zijn om 'afgeschermd' te zijn.
    c. reclamant vaagt zich af hoe de gemeente de 'bos en parkstroken' op particuliere grond wil versterken.
    d. Op het deel van perceel van reclamant dat aangewezen is als 'bos en parkstrook' zijn geen bijzondere bomen aanwezig. De bomen die er staan zijn 3 dennen en een fijnspar, die niet tegen elkaar staan en zeker geen gesloten bladerdak vormen.
    e. De aanwezige bijgebouwen van gezamenlijk 50 m2 worden niet op de plankaart vermeld. Deze bijgebouwen zijn met vergunning opgericht binnen het nu als bos en parkstrook aangewezen gedeelte van het perceel.
    f. In 2002 is een kapvergunning verleend voor het kappen van diverse bomen in het kader van concrete bouwplannen voor bovengenoemde bijgebouwen.
    g. Op de plankaart van het voorontwerpbestemmingsplan, gepubliceerd op de website van de gemeente, is op het perceel van reclamant geen 'bos en parkstrook' aangewezen. Deze plankaart is van dezelfde datum (19 april 2004) als de plankaart behorende bij het ontwerpbestemmingsplan, waar wel een 'bos en parkstrook' is aangewezen.
  9. Reclamant vraag zich af wat er met de bestemming 'straalverbindingstraject' wordt bedoeld. Tevens wordt in dit artikel verwezen naar een hoogte gemeten vanaf NAP. Op de plankaart staan echter geen hoogten aangegeven en reclamant acht een hoogte gerelateerd aan NAP erg lastig.
  10. Reclamant geeft aan schade te lijden naar aanleiding van de wijziging van het planologische regime. Als de zienswijzen van reclamant niet worden overgenomen, zal hij een verzoek om planschade indienen.

Beoordeling

  1. Het door reclamant aangegeven gebied is geregeld in het bestemmingsplan Apeldoorn West dat in april 1994 door de gemeenteraad is vastgesteld in november 1994 door gedeputeerde staten is goedgekeurd. Bij het bepalen van de bestemmingsplangrens is aangesloten op de bestemmingsplannen Wenum Wiesel, Indische buurt, Beekpark en Brinkhorst en Orden. Er is geen aanleiding om het genoemde gebied in het bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West op te nemen omdat Apeldoorn-West een “buitengebied” bestemmingsplan betreft en er geen ruimtelijke samenhang is tussen beide gebieden.
  2. Door hoogteverschillen in het terrein komen hogere delen aan de woningen voor o.a. doordat er onder de woning wordt geparkeerd. Het bestemmingsplan gaat in artikel 1 lid 20 uit van de volgende definitie van peil: “Het gemiddelde afgewerkte bouwterrein dat aansluit aan de naar de weg gekeerde gevel”. Vanaf dit afgewerkte terrein wordt er gemeten. Afvoerkanalen van beperkte omvang worden hiervan uitgesloten. Op basis hiervan blijft de bebouwingsmassa binnen de toegelaten hoogte.
    Stedenbouwkundig wordt het karakter van de buurt bepaald door plat afgedekte bungalows in 1 bouwlaag. Het bij recht toestaan van een tweede bouwlaag kan de oorspronkelijke karakteristiek en samenhang aantasten. In het bestemmingsplan is een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen om een tweede bouwlaag toe te staan mits de woning plat wordt afgedekt en de hoogte niet meer bedraagt dan 6 meter. In de vrijstellingsprocedure komen de karakteristiek en samenhang aan de orde.
    De genoemde hoogte van 6 meter kan daarbij aan de krappe kant zijn. Daarom wordt deze hoogtemaat vervangen door 7 meter.
  3. In het bestemmingsplan is een algemeen vervangende maatregeling opgenomen voor bouwwerken. Hiermee wordt voorkomen dat bestaande bouwwerken die strijdig zijn met de in het bestemmingsplan opgenomen maten, onder het overgangsrecht komen te vallen. Consequentie van het overgangsrecht is dat gehele vernieuwing niet mogelijk is.
    Bijgebouwen zijn van deze vervangende regeling uitgesloten omdat gehele vernieuwing van bijgebouwen die de maximale oppervlakte, overschrijden, niet aanvaardbaar wordt geacht.
  4. Deze zienswijze is terecht. De erf- en tuinaanduiding wordt aangepast.
  5. In het bestemmingsplan is bewust gekozen voor het werken met bouwvlakken in plaats van bouwstroken. Het gebied wordt gekenmerkt door individuele huizen op ruime kavels waarbij de onderlinge ruimte tussen woningen bijzonder belangrijk is. Aan dat ruime bos- en parkachtige karakter wordt een belangrijke waarde toegekend. Het waarborgen van deze karakteristiek is een belangrijk uitgangspunt voor dit bestemmingsplan. Het toekennen van bouwstroken biedt deze bescherming niet.
    Overigens voorziet het bestemmingsplan in een vrijstellingsmogelijkheid voor het aanpassen van het bouwvlak.
  6. Verwezen wordt naar onderdeel II B.
  7. Van de opmerking dat een terughoudend gebruik wordt gemaakt van de in het plan opgenomen vrijstellingsmogelijkheid in de bestemming verblijfsgebied, wordt kennisgenomen.
    Wanneer sprake is van oneigenlijk gebruik door aanwonende, zoals het geven van een tuininvulling aan de berm, dan treedt de gemeente actief op. Als aanwonende de berm maaien dan wordt daar niet tegen opgetreden. Wel wordt kenbaar gemaakt dat het hier een openbare berm betreft.
  8. a. De bestemming bos- en parkstrook voorkomt dat het bestemmingsplan bouwmogelijkheden mogelijk maakt die de groenstructuur kunnen aantasten. Ten tweede is de gemeente van oordeel dat de als bos- en parkstrook bestemde gronden vallen buiten het begrip erf als bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken.
    b. Bos en Parkstroken zijn ruimtelijke groenstructuren die een belangrijke bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk. Om deze reden dienen deze groene waarden en structuren goed beschermd te worden. De door reclamant genoemde beplantingen geven een beeld waaruit deze groenstructuren kunnen bestaan. Deze is niet bindend, het gaat om het groene karakter van de structuur.
    c. De gemeente is niet direct in staat om de “Bos en Parkstroken” actief te versterken. De rol van de gemeente beperkt zich tot het opstellen en uitvoeren van beleid waaronder behoort het niet-creŽren van zodanige bouwmogelijkheden dat daardoor de groenstructuur wordt aangetast en het geven van voorlichting op dit gebied.
    d. De “Bos en parkstrook” hoeft niet per definitie te bestaan uit bijzondere bomen. Het gaat vooral om de structuur en het groene karakter daarvan. Ook kan de structuur niet op elk punt even gesloten zijn, het gaat vooral om het lijnvormige- / structurerende karakter ervan. De ter plaatse aanwezige groenstructuur rechtvaardigt de bestemming bos- en parkstrook zoals aangegeven op de plankaart.
    e. De aanwezige bijgebouwen zijn vergund op basis van het geldende bestemmingsplan. Vanwege deze bouwmogelijkheid is er ook kapvergunning verleend. Het nieuwe bestemmingsplan is echter beperkter en beoogt de ruimtelijke groenstructuur te beschermen.
    De aanwezige bijgebouwen staan niet op de ondergrond van de plankaart aangegeven. Aan deze ondergrond wordt echter geen juridische betekenis toegekend. De bestaande bijgebouwen zijn in de voorschriften behorende bij de bestemming bos- en parkstrook toegestaan en niet onder het overgangsrecht geplaatst.
    f. Zie hiervoor onder e.
    g. Op de ter inzage gelegde plankaart, behorende bij het voorontwerpbestemmingsplan staat een bos- en parkstrook aangegeven. Het is onwaarschijnlijk dat op de website van de gemeente een andere plankaart is gepubliceerd.
  9. Het betreft hier een dubbelbestemming die voorziet in het beschermen van het telecommunicatieverkeer (waaronder telefoon- en dataverkeer). Als er in het straalpad een obstakel aanwezig is dan kan dit storing tot gevolg hebben.
    In de voorkomende hoofdbestemmingen zijn beperkingen gesteld aan de hoogte. De toegestane hoogte van gebouwen en andere werken komt niet in conflict met de straalverbindingszone. Vanwege de attentiewaarde is het wel van belang om deze zone op de plankaart te nemen.
    De hoogte van 96 meter staat op de plankaart in de legenda aangegeven.
  10. Indien reclamant van oordeel is dat hij ten gevolge van de bepalingen van dit bestemmingsplan schade lijdt of zal lijden, dan kan hij zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek indienen bij burgemeester en wethouders.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. In de voorschriften wordt in artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) achter parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd: “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel”.
  2. de hoogtemaat in de vrijstellingsbepaling in artikel 3.2. lid 6 onder b wordt vervangen door 7 meter.
  3. Op de plankaart wordt de erfbegrenzing gelijk getrokken met het naast gelegen perceel.

32 Brief van [........], d.d. 9 en 21 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven, te wijzigen in de bestemming 'bos- en parkstrook'.
    a. Het perceel is omsloten door 'bos en parkstroken' en bosachtige achtertuinen. Het is planologisch gezien onlogisch om midden in deze bosstrook een maatschappelijke bestemming te introduceren.
    b. Het (in strijd met de bestemming zijnde) gebruik van het gebouwtje op het perceel zal begin 2007 stoppen, waardoor er geen reden meer is om aan het perceel een andere functie toe te kennen. Het gebouwtje is overigens verwaarloosd en technisch versleten. Ook de ondergrondse commandopost is buiten gebruik.
    c. De bestemming 'bos en parkstrook' is meer in overeenstemming met het uitgangspunt van de wijk: wonen in het bos.
    d. Reclamant ziet niet in welk redelijk belang er is om maatschappelijke activiteiten op deze onlogische plek mogelijk te maken.
  2. Reclamant geeft aan dat in de bestemmingsomschrijving van 'sport- en recreatieve doeleinden' in artikel 3.11 geen duidelijkheid bestaat dat 'parkeren' en 'evenementen' ondergeschikte functies zijn van de hoofdbestemming. De huidige vastlegging geeft te veel ruimte voor interpretatie. Reclamant verzoekt de bestemmingsomschrijving in artikel 3.11 aan te vullen door achter lid b en d de zin "uitsluitend ten behoeve van de bij a. genoemde bestemming" te voegen.
  3. Door de bepaling in het bestemmingsplan op te nemen dat aanbouwen minimaal 3 meter achter de voorgevel opgericht mogen worden, wordt reclamant beperkt in zijn mogelijkheden. De wens tot het oprichten van een serre aan de zijkant van de woning ten behoeve van het vergroten van de woonkamer wordt onmogelijk gemaakt.
    a. Reclamant verzoekt het bouwvlak uit te breiden zodat alsnog deze aanbouw gerealiseerd kan worden. In het verleden zijn op andere percelen diverse bouwmogelijkheden toegestaan die meer verstening hebben opgeleverd dan deze aanbouw. Reclamant heeft een schets van de beoogde aanbouw bijgevoegd.
    b. Mocht het uitbreiden van het bouwvlak niet mogelijk zijn, dan verzoekt reclamant om de vrijstellingsbevoegdheid minder vrijblijvend te definieren. In het bestemmingsplan is geen heldere opsomming te vinden van objectieve criteria op basis waarvan de gemeente deze vrijstelling kan verlenen.
    c. Mochten beide opties niet mogelijk zijn, dan zal reclamant een planschadeprocedure opstarten. Deze procedure heeft overigens niet de voorkeur van reclamant omdat hij de voorkeur geeft aan wooncomfort.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A
  2. Verwezen wordt naar onderdeel II B
  3. a. De beoogde uitbreiding past in het stedenbouwkundig beeld en is alleszins acceptabel. Het bouwvlak wordt overeenkomstig aangepast.
    b. Hoewel becommentariŽring van deze zienswijze gelet op het voorgaande niet meer aan de orde is, wordt opgemerkt dat een aanvraag om vrijstelling voor het uitbouwen van de woonkamer wordt getoetst aan de Beschrijving in Hoofdlijnen.
    c. Indien reclamant van oordeel is dat hij ten gevolge van de bepalingen van dit bestemmingsplan schade lijdt of zal lijden, dan kan hij zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek indienen bij burgemeester en wethouders.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

  1. De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden;
  2. In artikel 3.11 (sport- en recreatieve doeleinden) wordt in lid 1 achter parkeervoorzieningen en evenementen toegevoegd: “uitsluitend ten behoeve van de bestemming sport en recreatie op dit perceel”.
  3. Op de plankaart wordt het bouwvlak voor het perceel Valkenberglaan vergroot overeenkomstig het ingediende schetsplan.

33 Brieven van [........], d.d. 19 en 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze wordt ingebracht namens [........]

  1. De schuur en garage aanwezig op het perceel van reclamant, [........], dient bestemd te worden als 'erf', en niet als 'bos en parkstrook'.
    a. Beide bouwwerken zijn aan vervanging toe. In de bouwwerken is asbest verwerkt wat reclamant graag wil verwijderen. Op basis van de voorgestelde bestemming is op deze bouwwerken slechts onderhoud mogelijk en geen algehele vernieuwing of vergroting.
    b. In de beantwoording van de inspraakreactie is gesteld dat ook bosstroken van minder dan 15 meter bijdragen aan het groene beeld van de wijk. Om die reden hebben ook smalle structurele stroken de bestemming 'bos en parkstrook' gekregen. Reclamant kan echter niet zien waar in het bestemmingsplan deze bestemming voorkomt.
    c. In de beantwoording van de inspraakreactie wordt aangegeven dat op percelen groter dan 1000 m2 een extra mogelijkheid wordt geboden voor een schuur/garage/atelier/kantoor. Dit uitgangspunt moet ook toegepast worden op het perceel van reclamant. Hiervoor dient wel een deel van het gedeelte aangewezen als 'bos en parkstrook' verkleind te worden.
  2. In het ontwerpbestemmingsplan wordt als voorschrift opgenomen dat het verboden is op gronden met de bestemming 'onbebouwde grond' kampeermiddelen te stallen. De bestemming 'erf' wordt verder niet in de begripsbepalingen of in de gebruiksvoorschriften omschreven. Reclamant heeft echter al meer dan tien jaar een camper gestald op zijn erf. Reclamant behoudt zich het recht voor om met deze stalling door te gaan, hij heeft bezwaar tegen het genoemde gebruiksvoorschrift en beroept zich op het overgangsrecht.

Beoordeling

  1. a. In de voorschriften behorende bij de bestemming bos- en parkstrook is bepaald dat bestaande gebouwen zijn toegestaan en dat geen uitbreiding of vergroting mogelijk is. Gehele vernieuwing van het bijgebouw is wel mogelijk.
    b. Op de plankaart zijn meerdere voorbeelden zichtbaar.
    c. Naar aanleiding van de inspraakreacties is besloten om de oppervlakte aan bijgebouwen voor de grotere kavels (vanaf 500 m≤) te verruimen. De gevraagde verkleining van de bestemming bos- en parkstrook op de kavel van reclamant biedt hem bebouwingsmogelijkheden ten koste van het waardevolle bos. Dit is in strijd is met een belangrijk uitgangspunt van het bestemmingsplan namelijk bescherming van waardevol groen en bos.
  2. Het stallen van een kampeermiddel is niet in strijd met de bestemming. De bepaling waarop reclamant doelt heeft betrekking op het gebruik van een kampeermiddel als staanplaats. Het parkeren van een camper wordt hieronder niet begrepen.
    De erf aanduiding is niet gedefinieerd. Het erf maakt onderdeel uit van de woonbestemming en is op de plankaart nader aangeduid.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

34 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft tijdens de inspraakmogelijkheid op het voorontwerpbestemmingsplan zijn inspraakreactie ingediend. Reclamant is niet tevreden over de beantwoording van deze inspraakreactie en verzoekt alsnog kavelsplitsing toe te staan in de breedte van het perceel, met het doel op de nieuwe kavel een vrijstaande woning te kunnen oprichten.
    a. Het verzoek om kavelsplitsing op het perceel van reclamant is afgewezen met de reden dat dit niet bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Reclamant verwijst naar het perceel Amersfoortseweg 17, waar wel kavelsplitsing is toegestaan. Door het splitsen van deze kavel ontstaan kleine kavels van hooguit 500 m2 met daarbij een gekunstelde situatie om de openbare weg te bereiken. Bij het splitsen van de kavel van reclamant kunnen juist twee percelen van ruim 900 m2 ontstaan, waarvan er tevens een logische orientering op de Pijnboomlaan kan ontstaan. Reclamant geeft aan dat bij de splitsing van het perceel Amersfoortseweg ook geen sprake kan zijn van kwaliteitsverbetering en vindt de beargumentatie tot het afwijzen van zijn verzoek tot kavelsplitsing niet valide.

Beoordeling

  1. Het gedeelte van de kavel waarop reclamant een woning wil bouwen is bestemd tot bos- en parkstrook. Deze bestemming is in overeenstemming met de ter plaatse aanwezige waardevolle bosstrook. Het beschermen van deze bosstrook is een belangrijk uitgangspunt van het bestemmingsplan. Het bouwen van een woning in de bosstrook tast deze waarde aan. De vergelijking met de situatie aan de Amersfoortseweg gaat niet op omdat in die situatie sprake is van vervangende nieuwbouw waarbij bedrijfsruimte wordt gesloopt. Evenmin is hier sprake van een waardevolle bosstrook.
    Uit de gehouden inventarisatie is gebleken dat het vanuit cultuurhistorisch en stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is om voor het plangedeelte van Berg en Bos en Valkenberg te verdichten. Met name verdichting door middel van het tussenvoegen van extra woningen of vervanging van vrijstaande woningen door dubbele woningen, zal onevenredige afbreuk doen aan het bestaande karakter.


Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

35 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingediend namens 17 bewoners van [........].

  1. Reclamanten hebben bezwaar tegen de versmalling van de Schuttersweg. De rijbaan wordt versmald naar 5,5 meter. Reclamanten verzoeken de bestemming terug te brengen tot de oorspronkelijke, milieuvriendelijkere en veiligere situatie.
    a. De versmalling houdt in dat het verkeer dichter naar de woningen van reclamanten wordt verplaatst, wat tot een toename van geluidshinder en stankoverlast zal leiden.
    b. Deze breedte zorgt voor verkeersonveiligheid, met name wanneer vrachtwagens of bussen elkaar willen passeren. Fietsers en bromfietsers op de rijbaan zijn dan erg kwetsbaar.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel 2 C.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

36 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingediend namens 19 bewoners van [........].

  1. Reclamanten hebben bezwaar tegen de versmalling van de Schuttersweg. Reclamanten verzoeken de bestemming terug te brengen tot de oorspronkelijke en veiligere situatie.
    a. De versmalling houdt in dat het verkeer dichter naar de woningen van reclamanten wordt verplaatst, waardoor reclamanten in hun parkeermogelijkheden worden beperkt.
    b. Deze breedte zorgt, mede tengevolge van het mogelijk gaan ontbreken van een redelijk trottoir, voor verkeersonveiligheid. Kinderen kunnen niet veilig meer buiten spelen.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel 2 C.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

37 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingediend namens 21 bewoners van [........].

  1. Reclamanten hebben bezwaar tegen de herindeling van de Schuttersweg. Reclamanten verzoeken de bestemming terug te brengen tot de oorspronkelijke en veiligere situatie.
    a. Er is een ventweg gepland vlak voor de woningen van reclamanten. Dit zorgt voor onveilige situaties voor buiten spelende kinderen.
    b. In het kader van de herindeling worden de parkeerplaatsen tussen de bomen verwijderd. Hierdoor worden reclamanten gedwongen de beoogde ventweg te accepteren om hun woningen per auto te bereiken.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel 2 C.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

38 Brief van [........], d.d. 16 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijze is ingediend namens 18 bewoners van [........] en 1 bewoner van de [........], als zijnde omwonende van het plantsoen aan de Schuttersweg.

  1. Reclamanten verzoeken de bestemming 'grasbermen' zoals dit voor het plantsoen in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen te wijzigen in de huidige bestemming 'openbaar groen of plantsoen'. Reden hiervoor is dat binnen de bestemming 'grasbermen' geparkeerd mag worden, wat volgens reclamanten niet wenselijk is.
  2. Reclamanten geven aan hun bezwaar te willen aantekenen tegen de artikel 19 procedure voor het creŽren van 18 parkeerplaatsen op de plaats van het huidige plantsoen. Reclamanten zijn er op tegen dat het enige stukje groen aan de Schuttersweg veranderd wordt in een parkeerterrein.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel 2 C.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

39 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijzen worden ingediend namens [........] en [........], wonende te Apeldoorn aan de [........].

  1. Reclamant verzoekt de bestemming 'woondoeleinden' aan de zijde van de 1e Beukenlaan op te schuiven, teneinde de bouw van een garage mogelijk te maken. In de bestemming 'bos en parkstrook' is in het verleden een garage aanwezig geweest. Een ondergrondse garage is aanwezig aan de andere zijde van het perceel, aan de zijde van de 1eBeukenlaan, maar echter niet meer in gebruik. Voor de overige beargumentatie wordt kortheidshalve verwezen naar de inspraakreactie.
  2. Reclamant heeft bezwaar tegen het bestemmen van een deel van het perceel Wildernislaan 6 als 'bos en parkstrook'.
    a. de tuin wordt uitstekend onderhouden en krijgt daardoor de bestemming 'bos en parkstrook', terwijl de tuinen die verwilderd zijn en waar het bosachtige karakter is verdwenen, deze bestemming niet toegewezen krijgen. Reclamant acht het niet reŽel en redelijk dat privť-tuinen op deze manier geconfronteerd worden met deze bestemming.
    b. Reclamanten vragen zich af welk belang aanwezig is om de bestemming 'bos en parkstrook' te leggen op het perceel in eigendom van reclamant.

Beoordeling

  1. Het verzoek om de woonbestemming op te schuiven hangt samen met de omvang van de bos- en parkstrook. De situatie is ter plaatse opgenomen en vastgesteld is dat de bestemming bos- en parkstrook te groot op de plankaart is ingetekend. Overeenkomstig de feitelijke situatie wordt het bestemmingsvlak in een strook van 15 meter evenwijdig aan de erfgrens ingetekend. De mogelijkheden voor de bouw van een garage op de gronden aangeduid met erf, worden daardoor verruimd.
  2. a. Het plangebied is geÔnventariseerd op de aanwezigheid van hoogopgaande bomen, structuren en de visuele en ruimtelijke verbinding van het groen. Daarbij is de eigendomssituatie niet bepalend. Alle waardevolle groenstructuren, houtwallen en aaneengesloten bosgebieden zijn bestemd tot bos- en parkstrook. Het belang van deze structuren is zowel in ruimtelijk als in ecologisch opzicht dermate groot, dat deze structuren planologisch beschermd moeten worden.
    Vastgesteld is dat op het perceel van reclamant een waardevolle bosstrook aanwezig is die voor bescherming in aanmerking komt. Het feit dat andere percelen die kwaliteiten niet hebben en dus ook niet beschermd hoeven te worden, doet aan het voorgaande niets af.
    b. Het (algemeen) belang van de gemeente is om het (historische) karakter van het gebied, dat wordt bepaald door de bebouwing, de historische structuur, de karakteristieke straatprofilering en de groenstructuur te beschermen. Ook de niet-monumentale bebouwing en het openbare gebied bepalen in grote mate het karakter van het gebied.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De plankaart wordt gewijzigd waarbij de bos- en parkstrookbestemming aan de zijde van de 1e Beukenlaan op 15 meter evenwijdig aan de perceelsgrens wordt ingetekend.

40 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijzen worden ingediend namens [........] en [........]. De zienswijzen hebben betrekking op het perceel Soerenseweg 122-124.

  1. Reclamanten hebben in een inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan verzocht om op het perceel Soerenseweg 122-124 een vijftal appartementen te realiseren. In de beantwoording van deze inspraakreactie is aangegeven dat het uitgangspunt van het bestemmingsplan is het behoud van de ruimtelijke structuur, het voorkomen van ongewenste verdichting en het behoud van het boskarakter. Tevens past het bouwplan niet binnen de gemeentelijke woonvisie. Reclamanten verzoeken alsnog het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat het bouwplan uitgevoerd kan worden.
    a. Reclamanten merken op dat door de bouw van een vijftal appartementen de ruimtelijke structuur niet zal worden aangetast om de reden dat binnen het plangebied en gelegen langs de Jachtlaan meerdere panden aanwezig zijn van een grootte vergelijkbaar met dit kleinschalige appartementencomplex (bijvoorbeeld het Hampshire-hotel).
    b. Er is geen sprake van ongewenste verdichting aangezien vanwege de grootte en de situering van de kavel er geen sprake is van verdichting die stedenbouwkundig ongewenst is.
    c. Het boskarakter zal niet worden aangetast, maar het bos- en parkachtige karakter zal juist worden versterkt.
    d. Het oprichten van een geconcentreerd, kleinschalig appartementencomplex moet volgens reclamant passen binnen de woonvisie, aangezien hieraan een grote behoefte bestaat vanuit senioren die hun bestaande woning wensen te verlaten en willen kiezen voor een appartement met de mogelijkheid van een zorgfunctie.
    e. De hoogte en de oppervlakte van het appartementencomplex wijkt niet af van de bestaande gebouwen gelegen binnen het plangebied langs de Jachtlaan.

Beoordeling

  1. Hiervoor is bij zienswijze nr. 39 onder de beoordeling aangegeven dat het historische karakter van het gebied wordt bepaald door de bebouwing, de historische structuur, de karakteristieke straatprofilering en de groenstructuur. Het beleid is gericht op het behoud en versterking van de authentieke bebouwing.
    Het dubbele woonhuis is gesitueerd aan de entree van de wijk op de hoek van de Soerenseweg en Jachtlaan en draagt in belangrijke mate bij aan het karakter van het gebied.
    De beoogde vervangende nieuwbouw met 5 appartementen is in strijd met deze karakteristiek en uitgangspunten van het bestemmingsplan.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

41 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijzen worden ingediend namens [........], wonende [........]

  1. Reclamant verzoekt op het gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Hoog Soeren, sectie S nummer 887, te bestemmen als 'woondoeleinden'.
    a. In 1999 heeft reclamant een verzoek vooroverleg bouwplan ingediend voor het oprichten van een woning op genoemd perceel. Op dit vooroverleg is een positief advies gegeven. Wegens persoonlijke omstandigheden is reclamant tot in ieder geval 2002 niet in staat geweest een formele bouwaanvraag in te dienen. Op het moment dat reclamant wel de bouwvergunning wilde aanvragen, was voor het gebied een voorbereidingsbesluit genomen.
  2. Reclamant heeft bezwaar tegen de bestemming 'bos en parkstrook' die op een gedeelte van het perceel Jasmijnlaan 15 is gelegd. Op dit gedeelte van het perceel komt slechts lage aanplant voor, er zijn in het geheel geen bomen aanwezig.

Beoordeling

  1. Reclamant heeft in 1999 een verzoek vooroverleg met bouwplan ingediend voor de bouw van een vrijstaande woning op de hoek Felualaan/Jasmijnlaan. Over de bouw van een woning, dat in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, heeft de welstandscommissie geoordeeld dat de bouw van een woning in een afgesplitst deel van de tuin niet past binnen het bestaande beeld van vrijstaande villa's aan de rand met het onbebouwde beboste gebied. Uitgaande echter van de bestaande bouwmogelijkheid adviseerde de welstand dat voldaan werd aan redelijke eisen van welstand.
    De gevraagde verdichting stuit op overwegende stedenbouwkundige bezwaren. Zoals de welstandscommissie heeft geoordeeld past de verdichting niet in het bestaande beeld en is de bouw van een woning, die resulteert in een zeer ondiep bouwperceel, in strijd met de uitgangspunten van het bestemmingsplan. In dit verband wordt ook verwezen naar de beoordeling onder nummer 12.
  2. Na plaatsopname is vastgesteld dat er sprake is van een duidelijke bomenstructuur. Op het achterste gedeelte van het perceel bevindt zich het merendeel van de bomen. Aan de voorzijde op het perceel staat een aantal bomen op de erfscheiding. Via deze lijnen bestaat er een duidelijke verbinding met het groen in het openbaar gebied en het aangrenzende bos.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

42 Brief van [........], d.d. 23 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. De zienswijzen worden ingediend namens Stichting Spoorstaete, p/a Spatie, postbus 928, 7301 BD te Apeldoorn. De zienswijze heeft betrekking op het perceel Amersfoortseweg 9. Reclamant verzoekt om het perceel Amersfoortseweg 9 te voorzien van de bestemming 'woondoeleinden', teneinde de bouw van een woning mogelijk te maken. In de ingediende inspraakreactie is reeds gemotiveerd aangegeven waarom meegewerkt zou kunnen worden aan het verzoek om op het genoemde perceel van ruim 900 m2 een woning te realiseren, die ontsloten zal worden aan de Coniferenlaan.
    a. In de beantwoording van deze inspraakreactie is aangegeven dat de gevraagde inpassing geen enkele relatie heeft met de historische en geografische ondergrond. Reclamant vraagt zich af welke stedenbouwkundige en planologische voorwaarde mag worden toegekend aan deze opmerking. Reclamant is van mening dat de afwijzing iedere planologische relevantie ontbeert.
    b. In de beantwoording is tevens aangegeven dat ook het geldende bestemmingsplan niet voorziet in een bouwmogelijkheid. Reclamant ziet geen planologisch belang van deze laatste opmerking, het verzoek is juist gericht op het leggen van een woonbestemming op dit perceel.
    c. Tenslotte wordt in de beantwoording op de inspraakreactie aangegeven dat het bouwplan een bedreiging vormt voor de samenhang en het beeld van de wijk. Reclamant ziet niet in hoe een woonbestemming op een perceel van 900 m2 met een frontbreedte van 41 m een bedreiging zou kunnen vormen.
    d. Reclamant is van mening dat het bouwplan een inbreiding betreft, welke zodanig is dat deze niet in strijd is met de voorwaarden die van toepassing zijn op het leggen van een woonbestemming in deze wijk.
    e. Reclamant merkt op dat de meerwaarde van het perceel, indien er een woonbestemming op wordt gelegd, ten goede komt van Stichting Spoorstaete.
  2. Reclamant heeft bezwaar tegen het aanwijzen van een deel van het genoemde perceel als 'bos en parkstrook'. Deze bestemming dient op deze locatie geen enkel relevant belang, aangezien het niet-openbare gronden betreft.

Beoordeling

  1. In de onderzoeksfase van het bestemmingsplan is het plangebied geÔnventariseerd op stedenbouwkundige structuur, cultuurhistorie, groenstructuur, functionele opbouw en geldende bestemmingsplannen. Het cultuurhistorisch onderzoek, waarnaar in de plantoelichting wordt verwezen, is een belangrijk onderzoek en heeft terdege planologische relevantie.
    Op basis van de genoemde analyses heeft de waardering plaatsgevonden. Een belangrijk kenmerk is dat dit deel van het plangebied wordt gekarakteriseerd door individuele huizen op ruime kavels waarbij de onderlinge ruimte tussen woningen bijzonder belangrijk is. Aan dat ruime bos- en parkachtige karakter wordt een belangrijke waarde toegekend. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het behoud en versterking van de karakteristieke kenmerken en het tegengaan van verdichting. Op basis hiervan wordt geoordeeld dat de bouw van een woning in strijd is met het te beschermen karakter van het gebied. Verwezen wordt voorts naar de beoordeling bij zienswijze nr. 40.
    De opmerking dat meerwaarde van de grond ten goede komt van de Stichting Spoorstaete, is niet van belang voor de beoordeling van de zienswijze.
  2. Ter plaatse is geen groenstructuur aanwezig. Deze zienswijze is terecht.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

Op de plankaart wordt de bestemming bos- en parkstrook gewijzigd in de aanduiding erf behorende bij de bestemming woondoeleinden.

43 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

De zienswijzen worden ingediend namens De Nederlandsche Bank (DNB), gevestigd te Amsterdam, aan Westeinde 1. De zienswijze heeft betrekking op het perceel John F. Kennedylaan 32 te Apeldoorn.

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen het wegbestemmen van de bestaande bouwmogelijkheden op genoemd perceel.
    a. In de inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan heeft reclamant reeds aangegeven bouwplannen te hebben. Hieraan is in het ontwerpbestemmingsplan geen gehoor gegeven.
    b. Reclamant verbaast zich over de reactie van de raadsleden, die aangeven dat, indien er een plan schadevergoeding aangevraagd wordt, er dan in plaats van een financiele vergoeding de uitbreiding alsnog mogelijk gemaakt kan worden.
    c. In 2001 heeft reclamant 7.500 m2 grond aangekocht van Domeinen voor een prijs die was gebaseerd op een redelijke in planologisch opzicht toegestane bebouwings mogelijkheid van 10.450 m2 BVO in 5 bouwlagen. De eerste fase van 2.500 m2 is in 2003 gerealiseerd. Eind 2003 is reclamant besprekingen aangegaan voor een eerste uitbreiding (1.860 m2 BVO) op deze nieuwbouw. Begin 2004 is door de gemeente aangegeven dat er geen voorbereidingsbesluit genomen zou worden voor deze locatie. Medio 2004 is er echter toch een voorbereidingsbesluit genomen, terwijl reclamant al plannen ter beoordeling aan de gemeente had overhandigd. Door de gemeente zijn alle bestaande bouwmogelijkheden geblokkeerd. Reclamant heeft, in overleg met de gemeente, de nieuwbouwplannen aangepast, zodanig dat de planologische mogelijkheden niet volledig werden benut en waarbij zoveel mogelijk rekening werd gehouden met de belangen van omwonenden. Uiteindelijk is echter in het ontwerpbestemmingsplan ook deze mogelijkheid geschrapt.
    d. Reclamant acht het niet redelijk de mogelijke uitbreidingen weg te bestemmen om de reden van aanwezige woningen aan ťťn zijde van de bestaande kantoren. In deze afweging zijn de andere zijde gelegen kantoorflats niet meegenomen. Dit is naar de mening van reclamant in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
    e. Er is tevens geen rekening mee gehouden dat de uitbreidingsplannen tussen de woningen en de bestaande kantoorpanden in zowel stedenbouwkundig als planologisch opzicht op verantwoorde wijze kan worden ingevuld.
    f. Reclamant acht het planologisch niet relevant wie de gebruiker in de toekomst zal zijn van de bestaande en uit te breiden kantoorfunctie. Reclamant is van mening dat het wegbestemmen van bestaande uitbreidingsmogelijkheden vanwege het gegeven dat de huidige gebruiker van het pand op termijn vertrekt uit Apeldoorn in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Beoordeling

  1. Op 26 juni 2003 heeft de gemeenteraad de kaderstelling voor het bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West vastgesteld. Deze kaderstelling heeft plaatsgevonden nadat er bewonersavonden zijn geweest waarbij de gelegenheid is geboden om zich uit te spreken over de dilemma's die in het plangebied spelen. Over de bouwplannen van DNB (en de belastingdienst) is gezegd dat de geldende bouwmogelijkheden moeten worden beperkt.

Het college van burgemeester en wethouders is opgedragen om de kaderstelling nader uit te werken in het bestemmingsplan waarbij de gemeenteraad procedureel heeft bepaald dat de commentaarnota op de inspraakreacties aan de raad moet worden voorgelegd.

In het voorontwerp bestemmingsplan heeft dit voor DNB zijn vertaling gekregen door de bebouwingsoppervlakte en de hoogte overeenkomstig de verleende bouwvergunning vast te leggen. In het voorontwerp bestemmingsplan wordt dus geen uitbreiding meer mogelijk gemaakt.

Voorbereidingsbesluit

Op 25 mei 2004 is bij de start van de inspraakprocedure een informatieavond gehouden over het voorontwerp bestemmingsplan Stadsdeel Noord-West.

Tijdens deze avond werden over de planologische ruimte van DNB vragen gesteld. Geconcludeerd werd dat deze ruimte volgens het geldende bestemmingsplan groot is en dat de gemeente ongewenste ontwikkelingen niet kon tegengaan.

Daarom werd door de fractie van het CDA 2 dagen later een initiatiefvoorstel ingediend om voor de terreinen van de Pensioen- en Verzekeringskamer en de Rijksbelastingdienst een voorbereidingsbesluit te nemen.

Dit besluit is op 27 mei 2004 genomen en heeft een werkingsduur van minimaal 2 jaar. De gemeente heeft DNB niet medegedeeld dat er geen voorbereidingsbesluit zou worden genomen.

Inspraakperiode

DNB heeft begin 2004 onder overlegging van een schetsplan schriftelijk verzocht om medewerking voor de uitbreiding van de kantoorruimte met ca 1860 m≤ over 2 verdiepingen. Gedurende de inspraaktermijn heeft DNB dit verzoek bevestigd.
Aanvullend op de inspraakreactie is eerst mondeling en later schriftelijk bij brief van 12 mei 2005 verzocht om 4000 m≤ meer uitbreidingsruimte. In totaal gaat het dan om 5860 m≤ in 2 bouwlagen over het gehele gebouw. De hoogte zou dan op ca 19/20 meter komen te liggen. Tevens is daarbij melding gemaakt van de prijsopbouw van de in 2002 van Domeinen aangekochte gronden.

Deze ruimtevraag die volgens DNB verband houdt met de mogelijke concentratie, strookt niet met de kaderstelling van de gemeenteraad. Vandaar dat dit onderwerp eerst inhoudelijk aan de PMA is voorgelegd.
Op 30 juni 2005 heeft de PMA besloten om de kaderstelling aan te passen om daarmee in ieder geval 1860 m≤ mogelijk te maken zodat DNB in de ruimtebehoefte kan voorzien. Daarbij kon DNB in de eigen parkeerbehoefte (deels ondergronds) voorzien en was de uitbreiding stedenbouwkundig gezien in te passen. Het behoud van DNB voor Apeldoorn speelde daarbij een belangrijke rol.
Tijdens de behandeling in de PMA stuitte deze wijziging van de kaderstelling op verzet van de wijkraad en van bewoners aan de Jachtlaan.
Na de standpuntbepaling in de PMA van 30 juni 2005 is komen vast te staan dat DNB geen gebruik zou gaan maken van de verzochte uitbreidingsmogelijkheden. De zienswijze van DNB op het intact laten van de uitbreidingsmogelijkheden staat dus enkel in het licht van de waarde van de onroerende zaak.

Uitvoerbaarheid/behoefte
Anno 2006 doet zich veel leegstand in plint- en kantoorbebouwing. Dat betekent dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met het projecteren van nieuwe kantoorvolumes. De eerste zorg is het laten functioneren van reeds voltooide bebouwing. Vooral in gebieden als Stadskade en het Beekpark beÔnvloedt de leegstand van de plinten in sterke mate de waardering van het ruimtelijk beeld.

De locatie aan de Kennedylaan is ondanks de aanwezigheid van de recent uitgebreide belastingkantoren geen kantoorontwikkelingslocatie. In de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Apeldoorn 2020 dat als structuurplan door de gemeenteraad is vastgesteld, is de locatie aan de Kennedylaan opgenomen als “kantoren – bestaand”. Daarmee is er ook geen ruimte voor een grootschalige toevoeging van ca. 6000 m≤ kantooroppervlakte.
Nu het DNB enkel gaat om uitbreidingsmogelijkheden op zich zonder dat er sprake is van het opnemen van mogelijkheden voor een concrete behoefte (zoals dat voor de bekendmaking van vertrek uit Apeldoorn, wel het geval was) kan de behoefte en daarmee de uitvoerbaarheid niet worden aangetoond.
Tijdens de behandeling in de PMA van 15 juni 2006 heeft zich een meerderheid afgetekend voor de uitbreidingsmogelijkheden van DNB met 2 bouwlagen op de recente nieuwbouw.
De redenen hiervoor zijn de stedenbouwkundige inpasbaarheid en het vermijden van planschaderisico.

DNB heeft op 29 juni 2006, de dag waarop besluitvorming over het bestemmingsplan zou plaatsvinden, voorgesteld om het bestemmingsplan aan te passen. Het voorstel van DNB houdt in om de uitbreiding met twee bouwlagen op de oudbouw (het oostelijk gelegen gebouw) mogelijk te maken in plaats van op de nieuwbouw.

Om deze voorgestelde nieuwe ontwikkeling op haalbaarheid te toetsen en met belanghebbenden te bespreken is het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan van de raadsagenda gehaald.

De consequentie van het voorstel van DNB is dat 4000 m≤ brutovloeroppervlakte kantoorruimte mogelijk wordt gemaakt. Dat is 2100 m≤ meer dan ons voorstel van 26 juni 2006. Als gevolg hiervan bedraagt de toename van het aantal parkeerplaatsen in totaal 64 (op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid 1.6 parkeerplaats per 100 m≤ bvo).

DNB is verzocht om aan te tonen dat deze 64 parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd.

DNB heeft een inrichtingstekening laten vervaardigen waaruit het volgende wordt geconcludeerd:

Alle 64 parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd op het terrein van DNB aan de J.F. Kennedylaan naast de 156 parkeerplaatsen die benodigd zijn voor het bestaande kantoorgebouw. De totale parkeerbehoefte bedraagt daarmee 220 parkeerplaatsen. Op de inrichtingstekening staan 224 parkeerplaatsen aangegeven. Deze aantallen voldoen aan het gemeentelijk mobiliteitsbeleid.

Twaalf parkeerplaatsen vallen binnen een geplande niet gerealiseerde bos- en parkstrook. Deze bos- en parkstrook bestemming is afgeleid van de verleende bouwvergunning voor de uitbreiding van de toenmalige PVK-gebouw.

Het voorstel van DNB is besproken met de wijkraad en met belanghebbenden aan de Jachtlaan.

In deze gesprekken is het volgende naar voren gekomen:

  1. De belanghebbenden aan de Jachtlaan opteren voor het voorstel van DNB zijnde als voor hen de minst bezwarende oplossing. Wel wordt een ondergrondse parkeeroplossing bepleit waardoor de gehele geplande groenstructuur aan de J.F. Kennedylaan kan worden gerealiseerd.
  2. De wijkraad ondersteunt de visie van de belanghebbenden van de Jachtlaan. Echter niet wordt ingestemd met de woningbouwbestemming aan de Waltersingel (het huidig parkeerterrein van DNB) omdat er sprake is van parkeeroverlast in de buurt. Ook een gedeeltelijke aantasting van de geplande groenstructuur aan de J.F. Kennedylaan wordt niet acceptabel geacht.

Na kennisneming van de standpuntbepalingen van partijen hebben wij het volgende overwogen.

Wij zijn van oordeel dat het voorstel van DNB een acceptabel voorstel is. De volgende overwegingen zijn daarbij voor ons van belang.

Op basis van het geldende bestemmingsplan heeft DNB qua bebouwingshoogte onbeperkte bouwmogelijkheden. Het geldende bestemmingsplan staat op het gehele perceel parkeren toe. Dit parkeren wordt door het geldende voorbereidingsbesluit niet onmogelijk gemaakt. Ook de gebruiksbepaling van het bestemmingsplan treedt pas in werking nadat het bestemmingsplan van kracht is geworden.

DNB vindt de bepleite ondergrondse parkeeroplossing financieel niet haalbaar en niet in verhouding staan tot de voorgestelde uitbreiding van 4000 m≤ bvo kantoorruimte. Wij kunnen DNB hierin volgen mede omdat door ons is vastgesteld dat de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen in overeenstemming met het gemeentelijke beleid kunnen worden gemaakt. Dat daardoor een klein gedeelte van de groenstructuur niet zou kunnen worden aangelegd vinden wij van minder belang omdat het totaal stedenbouwkundige beeld niet wordt verstoord.

Om te voorkomen dat er meer dan 4000 m≤ bvo kantoorruimte zou kunnen worden gebouwd, welke ruimte aanwezig op de binnenplaats van de oudbouw, wordt voorgesteld om een bebouwingsgrens op de plankaart te tekenen.

Dit is met de vertegenwoordiger van DNB besproken en hiermee is ingestemd.

Ten aanzien van het opmerking van de wijkraad over de woningbouwbestemming (5 woningen) op het huidige parkeerterrein aan de Waltersingel overwegen wij het volgende.

Overeenkomstig de wettelijke eisen mag een bestemmingsplan niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Wij zijn van mening dat de in het bestemmingsplan opgenomen woningbouw een versterking is van de stedenbouwkundige kwaliteit. Nu er geen twijfel kan ontstaan over het maken van parkeerplaatsen in overeenstemming met de gemeentelijke parkeernota, zijn er geen ruimtelijke argumenten om ter plaatse geen woningbouwbestemming op te nemen.

Conclusie
Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

Op de plankaart wordt een scheidingslijn getekend waarbij: de bebouwingshoogte van het oostelijk gelegen gebouw (de oudbouw) wordt gewijzigd van 12 meter in 19 meter;

Tevens wordt een bebouwingsgrens getekend die overeenstemt met de bestaande bebouwingscontour aan de binnenzijde van de oudbouw;

Een gedeelte van de bos- en parkstrook aan de J.F. Kennedylaan wordt gewijzigd in kantoordoeleinden (onbebouwd) in het verlengde van de geprojecteerde bestemmingsgrens.

44 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt om de frontlijn van de woning op het perceel Burg. Roosmale Nepveulaan aan te passen. Deze lijn springt nu in naar achter. Reclamant ziet deze lijn graag recht doorgetrokken, om de mogelijkheid tot eventuele verbouwingen open te houden.

Beoordeling

  1. De huidige woning op dit adres heeft reeds een aanzienlijke gevellengte. Uitbreiding van het hoofdvolume in dezelfde rooilijn is niet wenselijk aangezien de gevellengte daarmee te groot wordt en niet meer in verhouding is met het algemeen heersende beeld.
    De beŽindiging van het bouwvlak noodzaakt tot een onderbreking in deze gevellengte waardoor een eventuele toevoeging eerder het karakter van een ondergeschikte bouwmassa zal dragen. Daarmee wordt een heldere hiŽrarchische opbouw van het volume bewerkstelligd.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

45 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven.
    a. In het verleden is bij navraag bij de gemeente, aangegeven dat het perceel de bestemming 'bos' had en dat de bebouwing is gedoogd. Ook tijdens de informatieavond van 7 april 2003, die gehouden is in het kader van het voorontwerpbestemmingsplan, werd de omwonenden voorgehouden dat het perceel bestemd zou worden in de lijn van het plan, en dus de bestemming 'groen' of 'groenstrook' zou krijgen. Nu het perceel in het ontwerp de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' heeft gekregen, voelt reclamant zich misleid.
    b. De grond aan de Seringenlaan 21 is gelegen in een waterwingebied. Door het toekennen van de bestemming 'maatschappelijke doeleinden en de waarschijnlijke ingebruikname voor deze functie, zal de parkeerdruk gaan toenemen. De gemeente dient ervoor te zorgen dat er milieuvriendelijk geparkeerd kan worden of dient de parkeerfaciliteiten buiten het waterwingebied te plaatsen. Dit geldt tevens voor de huidige gedoogzone.
    c. Door het toekennen van de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' wordt een vrij toegankelijke ruimte voor criminaliteit gecreŽerd. De kans op inbraken vanaf de achterzijde van de woningen die grenzen aan het betreffende perceel, wordt bij openbaar terrein groter.
    d. Het perceel is vormt op dit moment het leefgebied van diverse (beschermde) diersoorten. Het wijzigen van de bestemming betekent een forse verstoring van een reeds jaren bestaande uitgebalanceerde biotoop met ernstige gevolgen van dien.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.
    a. Opgemerkt wordt dat in het voorontwerpbestemmingsplan het perceel ook bestemd is tot bos- en parkstrook en Maatschappelijke Doeleinden. Niet duidelijk is waarop de beweerde misleiding is gebaseerd.
    b. Door de bestemming Maatschappelijke Doeleinden te wijzigen naar kantoordoeleinden(overeenkomstig het huidige gebruik voor politie/brandweer/cursussen), kan aan deze zienswijze worden tegemoet gekomen en kan er geen verzwaring van het gebruik plaatsvinden.
    c. Zie hiervoor onder b.
    d. Zie hiervoor onder b. Overigens er wordt geen uitbreiding van de bebouwing mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van aantasting van biotopen.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

46 Brief van [........] en [........], d.d. 20 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven te wijzigen in de bestemming 'bos en parkstrook'. Reclamanten verwijzen naar de beargumentatie in de zienswijzen van [........] en [........] (brief nummer 6) en [........] en [........] (brief nummer 32).

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen :

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

47 Brief van [........], d.d. 18 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven te wijzigen in de bestemming 'bos en parkstrook'. Reclamanten verwijzen naar de beargumentatie in de zienswijzen van de Wijkvereniging Berg en Bos (brief nummer 13).

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen :

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

48 Brief van [........], d.d. 16 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant wil op de erfscheiding van zijn perceel aan de Jachtlaan 82 een geluidswand plaatsen. In de beantwoording op zijn inspraakreactie wordt aangegeven dat het plaatsen van een geluidswand mogelijk is maar dat de bomen in stand gehouden moeten worden. Reclamant geeft aan dit antwoord onduidelijk te vinden. Volgens reclamant kunnen een geluidswand en bomen niet op dezelfde locatie bestaan, aangezien een effectieve geluidswand de 'bos en parkstrook' doet verdwijnen. Reclamant verzoekt dan ook het deel van het perceel niet te bestemmen als 'bos en parkstrook'. Tevens is op het achterterrein een schuurtje aanwezig die reclamant graag op de plankaart getekend ziet.
  2. Reclamant geeft aan dat de APV in december 2005 is gewijzigd. Artikel 5.1.8., aangaande parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen is geschrapt. Reclamant verzoekt in het bestemmingsplan op te nemen dat een geluidswand van 3 meter op de erfscheiding met Hotel Apeldoorn geplaatst mag worden, ofwel dat het niet is toegestaan touringcars binnen een afstand van circa 5 meter van de erfgrens van reclamant te parkeren.

Beoordeling

  1. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid dat een schutting of een geluidswand van 2,5 meter hoog kan worden geplaatst. Voor deze geluidswand moet een bouwvergunning worden aangevraagd.
    De betreffende groenstrook maakt duidelijk onderdeel uit van een grotere groenstructuur. Om deze reden dienen de bomen die onderdeel uitmaken van deze structuur behouden te blijven. De realisatie van een geluidsscherm zal dan noordelijk van de 'Bos en Parkstrook' moeten plaatsvinden. Onder in het talud zullen de bestaande bomen nauwelijks hinder ondervinden, mits het scherm zorgvuldig wordt geplaatst.
    Niet alle aanwezige bijgebouwen zijn opgenomen in het door de gemeente geleverde basismateriaal voor de plankaart. Dat de bijgebouwen niet staan ingetekend is niet van belang voor de juridische regeling en heeft geen consequenties.
  2. Voor hotel Apeldoorn zijn de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan overgenomen. Het huidige gebruik van het parkeerterrein overeenkomstig de geldende bestemming kan niet via het bestemmingsplan ongedaan worden gemaakt of worden beperkt.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

49 Brief van [........] en [........], d.d. 20 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant heeft bezwaar tegen de aanwijzing van de bestemming 'bos en parkstrook' op een deel van het perceel Cederlaan 9.
    a. Het publieke belang is met deze aanwijzing niet gediend, de achtertuin is vanaf de straat nauwelijks te zien.
    b. De gemeente heeft niet de moeite genomen om de werkelijke situatie te komen bekijken, de aanwijzing tot 'bos en parkstrook' is volstrekt willekeurig, niet consequent en gekunsteld.
    c. De aanwezige bijgebouwen zijn niet op de plankaart verwerkt.
    d. Reclamant is van mening dat er pas sprake is van een 'bos en parkstrook' als er een aaneengesloten geheel van bomen (m.a.w. bos) aanwezig is. Op het perceel Cederlaan 9 is echter sprake van een siertuin van beperkte omvang, geen bostuin, er is slechts ťťn boom aanwezig. Er is dan ook geen reden om het gedeelte van het perceel te bestemmen als 'bos en parkstrook'.
  2. Reclamant heeft bezwaar tegen de uitbreidingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor vrijstaande woningen. Deze kunnen worden uitgebreid tot een maximale diepte van 15 meter.
    a. Deze mogelijkheid staat alleen open voor woningen die parallel aan de weg gebouwd zijn en benadeeld de eigenaren van de woningen die haaks op de weg zijn gebouwd.
    b. De mogelijkheid leidt tot grote en logge bouwmassa's (voorbeeld is Valkenberglaan 53) op een paar meter van de zijdelingse erfgrens. In relatie tot de aard van de bestaande bebouwing in de directe omgeving, maar met name voor reclamant, heeft dit nadelige consequenties. Reclamant verzoekt de uitbreidingsmogelijkheid op het perceel Cederlaan 11 te schrappen en in ieder geval de maximale bouwhoogte te verlagen tot 3 meter.

Beoordeling

  1. a en b. Het overgrote deel van het groene karakter van de wijk Berg en Bos wordt bepaald door boomstructuren op de verschillende individuele kavels. Gezien de grote en omvang van de bomen in de structuur kunnen ook bomen die in de achtertuinen staan een belangrijke bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk. Zowel in ruimtelijk als ecologisch opzicht is het belangrijk deze structuren, lijnvormige elementen, ťťn geheel te laten zijn. De verschillende bomen in deze structuur vormen een min of meer gesloten bladerdak. Juist vanwege het belang van de structuur als eenheid, kan het voorkomen dat er op de individuele kavel maar ťťn of enkele bomen een bijdrage leveren aan deze structuur. Hiermee zijn deze bomen dus niet minder belangrijk als de andere in de structuur.
    c. Niet alle aanwezige bijgebouwen zijn opgenomen in het door de gemeente geleverde basismateriaal voor de plankaart. Dat de bijgebouwen niet staan ingetekend is niet van belang voor de juridische regeling en heeft geen consequenties.
  2. Voor vrijstaande woningen wordt standaard een bouwvlak getekend van 15 meter mits de afstand tot de achterperceelsgrens minimaal 8 meter bedraagt. In deze situatie doen zich geen omstandigheden voor waardoor de diepte zou moeten worden beperkt. De afstand van de woning van reclamant tot de woning Cederlaan 11 bedraagt 14 meter en bij benutting van de maximale bouwmogelijkheden wordt die afstand niet kleiner. Genoemde afstand is ruim voldoende voor een ongestoord woongenot.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt niet tegemoet gekomen.

50 Brief van [........], d.d. 20 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Reclamant verzoekt de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' die aan het perceel Seringenlaan 21 is gegeven te wijzigen in de bestemming 'bos en parkstrook'.
    a. Het mogelijk maken van 'maatschappelijke doeleinden' op dit perceel is onlogisch. Een verwaarloosd, oud gebouw, een ongebruikte commandobunker en een ongebruikte zendmast mogen niet de basis vormen voor de keuzes in het bestemmingsplan.
    b. Het bestemmen van het perceel als 'bos en parkstrook' sluit wel aan bij de uitgangspunten van het bestemmingsplan.
  2. Reclamant stelt voor dat de gemeente onderzoekt of de omwonenden van het perceel Seringenlaan 21 wellicht interesse hebben om hun kavels uit te breiden, wat de gemeente scheelt in de kosten van het onderhoud.

Beoordeling

  1. Verwezen wordt naar onderdeel II A.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt als volgt tegemoet gekomen:

De bestemming Maatschappelijke Doeleinden wordt gewijzigd in Kantoordoeleinden.

51 Brief van [........], d.d. 19 januari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. De Wijkraad verzoekt voor het gebied 'Driehoek' de elementen uit de cultuur-historische waardenkaart te vertalen in een juridische bescherming, zoals ook gebeurt voor de wijk 'Berg en Bos.
  2. De juridische bescherming van de 'Apeldoornse huisjes' is te beperkt. De Wijkraad verzoekt dit nadrukkelijker vast te leggen. Tevens verzoekt de Wijkraad de nokrichting voor alle huizen in het plan vast te leggen.
  3. De Wijkraad verzoekt de opmerking dat 'in bijzondere gevallen vrijstelling verleend kan worden van de geŽiste nokrichting' te laten vervallen. Deze opmerking is niet nader uitgewerkt waardoor de beoogde bescherming onvoldoende gewaarborgd lijkt.
  4. Het gebiedje tussen de Asselsestraat en Driehoek is als 'waardevol groen' en 'bos en parkstrook' aangemerkt. Langs de straten van de Driehoek zijn karakteristieke berkenbomen aanwezig. De Wijkraad vraagt zich af hoe deze aspecten gehandhaafd en in stand gehouden kunnen worden.
  5. De Wijkraad heeft bezwaar tegen de bepaling in artikel 4.3 en 4.4 van de voorschriften, voor wat betreft de antennemasten. De wijkraad verzoekt deze bepalingen uit het bestemmingsplan te verwijderen. Als er dringende redenen zijn om een grotere hoogte dan 15 meter toe te staan, dan zijn daarvoor geŽigende ruimtelijke procedures beschikbaar.
    a. In artikel 3.2 lid 2 sub b wordt de maximale hoogte geregeld tot 15 meter, waarop artikel 4.3 lid 2 sub b de mogelijkheid biedt om vrijstelling te verlenen tot 40 meter. Artikel 4.4. lid 2 sub c biedt zelfs de mogelijkheid om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van een antennemast tot 60 meter.
    b. De wijk Berg en Bos wordt overigens uitgesloten van deze vrijstellings- en wijzigingsbepalingen. Hier is de maximale hoogte wel 5 meter, wat is hier de reden van?
  6. De flat aan de Henri Dunantlaan 1 t/m 209 kent de toevoeging 'K1'. Dit is incorrect, op de begane grond zijn geen kantoren aanwezig.
  7. Aan de Asselsestraat 296 wordt de oude situatie op de plankaart weergegeven, tegenwoordig staan daar twee huizen.
  8. De situatie aan de Asselsestraat 218 is eveneens incorrect, de plankaart geeft zowel de oude als de nieuwe situatie weer.
  9. Aan de zuidzijde van de Driehoek zijn in 2002 twee woningen gebouwd. Verder ontbreken talrijke aan- en uitbouwen in deze buurt op de plankaart.

Beoordeling

  1. De Wijkraad verzoekt de elementen uit de cultuurhistorische waardenkaart voor de Driehoek te vertalen in een juridische bescherming, zoals ook is gebeurd voor de wijk 'Berg en Bos'. We onderschrijven dat het bij de Driehoek om een karakteristieke buurt gaat. Dit heeft geleidt tot een regeling voor de Driehoek die bovendien grotendeels overeenkomt met de regeling in Berg en Bos. Zo is voor beide gebieden uitgegaan van de bescherming van de bestaande bosstroken middels de specifieke bestemming Bos- en parkstrook. Ook het vrijstaande en half-vrijstaande karakter van de woningen is voor een groot deel vastgelegd. De afstanden tussen de woningen worden reeds beschermd door uit te gaan van de standaardregeling, die een minimale tussenruimte tussen twee woningen van 5 m vereist. De karakteristiek van de Driehoek wordt in belangrijke mate bepaald door de kenmerkende 30-ger jaren architectuur. Het bestemmingsplan geeft in deze een signaalfunctie via de Cultuurhistorische analyse. De bescherming van de karakteristieke architectuur, met behulp van de CHA, is echter duidelijk een zaak van welstand.
  2. De wijkraad acht de juridische bescherming van de 'Apeldoornse huisjes' te beperkt. Ook hier is gebruik gemaakt van het instrumentarium wat het bestemmingsplan biedt. De belangrijkste kenmerken, zoals de nokrichting loodrecht op de straat, het vrijstaande of half-vrijstaande karakter, de vereiste onderlinge afstanden tussen de woningen en de goothoogte en hoogte zijn vastgelegd op de bestemmingsplankaart en de voorschriften. Tevens verzoekt de Wijkraad de nokrichting voor alle huizen in het plan vast te leggen. Het vastleggen van de nokrichting voor alle huizen in het plan doet geen recht aan de beoogde stedenbouwkundige waarden in het hele bestemmingsplangebied. Het vastleggen van de nokrichting is alleen gewenst wanneer de bestaande nokrichting een bepaalde waarde vertegenwoordigd. Dat is slechts het geval bij de typische Apeldoornse huisjes voor het gebied van de Apeldoornse enk.
  3. Uitgangspunt is dat het karakteristieke van de "Apeldoornse huisjes" woningen gehandhaafd blijft. Het is echter niet op voorhand uit te sluiten dat er een situatie ontstaat die een toepassing van de vrijstelling rechtvaardigt. Voorwaarde is in ieder geval dat geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het beoogde stedenbouwkundig beeld.
  4. De bomen staan in het in het openbaar gebied en maken onderdeel uit van een structuur. De gemeente zal met deze bomen zorgvuldig omgaan.
  5. In het plangebied zijn twee regelingen opgenomen voor antennemasten. Voor het deelgebied Berg en Bos (het gedeelte ten westen van de Jachtlaan) is de regeling met betrekking tot het plaatsen van antennemasten beperkt. Bij recht mag er een mast worden geplaatst tot 5 meter hoog (conform hetgeen vergunningsvrij reeds is toegestaan). Voorts kan met een (binnenplanse) vrijstelling een mast worden geplaatst tot 15 meter. Met toepassing van artikel 19, lid 3 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan tenslotte vrijstelling worden verleend voor een mast tot 40 meter hoog. Voor het overige deel van het plangebied is de standaard regeling va Apeldoorn van toepassing (15 meter bij recht, tot 40 meter met vrijstelling) en tot 60 meter na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Voor het deelgebied Berg en Bos is een afwijkende regeling opgenomen omdat in dit deel van het plangebied de stedenbouwkundige en de cultuurhistorische kwaliteiten dermate hoog zijn, dat een beperking in de hoogte gerechtvaardigd is. Een dergelijke regeling is eveneens opgenomen voor het bestemmingsplan De Indische buurt e.o.
    De Driehoek beschikt niet over die hoge kwaliteiten zodat hiervoor het algemene antennebeleid van toepassing is. Van belang is nog wel om op te merken dat bij toepassing van de vrijstellingsbepaling alle belangen moeten worden meegewogen.
  6. Deze constatering is juist. In het geldende bestemmingsplan is het perceel ook niet tot kantoren bestemd. De aanduiding op de plankaart wordt geschrapt.
  7. Deze constatering is eveneens juist. De bouwvergunning is verleend op basis van het geldende bestemmingsplan. De geldende bouwmogelijkheid is in dit bestemmingsplan overgenomen. De getekende ondergrond heeft echter geen juridische betekenis.
  8. De bestemmingsplankaart wordt getekend op basis van een ondergronden, die de gemeente aan het stedenbouwkundig adviesbureau levert. De ondergronden zijn voortdurend aan veranderingen onderhevig.
    Zoals hiervoor is aangegeven heeft de ondergrond geen juridische betekenis. Ook worden niet alle aan- en uitbouwen op de ondergrond getekend.
  9. Zie hiervoor onder 7 en 8.

Conclusie

Aan de zienswijze wordt tegemoet gekomen door de aanduiding K1 aan de Henri Dunantlaan te schrappen.

52 Brief van [........], d.d. 3 februari 2006

Inhoud van de zienswijze

  1. Bezwaar wordt gemaakt tegen de bestemming bos- en parkstrook op zijn grond tussen de Asselsestraat en de Driehoek vanwege de beperkingen die hiervan uitgaan.

Beoordeling

  1. Deze zienswijze is op 3 februari 2006 verzonden en ontvangen. Tot en met 23 januari 2006 kon een ieder zienswijzen indienen. Vanwege termijnoverschrijding moeten de zienswijzen niet-ontvankelijk worden verklaard.
    In verband met de zienswijze nr. 1 is vastgesteld dat ook op het perceel van reclamant de groenstructuur niet doorloopt.

Conclusie

Hoewel de zienswijze niet ontvankelijk wordt verklaard wordt de bos- en parkstrook bestemming op het perceel van reclamant vervangen door de erf-aanduiding behorende bij de bestemming woondoeleinden.